fbpx

Hoe lang duurt een BergTrail?

Een antwoord op deze vraag zat al lang in mijn hoofd door de berekingen en vergelijkingen van resultaten in een Excel-sheet, maar Chris en ik twijfelden er aan of een tekst misschien té “technisch” zou zijn voor het blog. Dat moeten jullie, lezers, zelf maar bepalen. Al met al is het geheel niet onlogisch, en ik heb verder geprobeerd het zo ‘luchtig’ mogelijk te houden.

Het is duidelijk dat het overbruggen van een bepaalde afstand tijd vergt. Het bijhouden van de tijd is voor vele (weg-)hardlopers dan ook van groot belang om hun progressie te meten…, of in ieder geval te schatten hoe lang ze over een bepaalde afstand gaan doen. Er wordt dan gezocht naar een constant ritme op een vrijwel constant oppervlak, zowel in materiaal (asfalt…) als in relief (vlak….). De resultaten van de trainingen en wedstrijden kunnen op die manier gemakkelijk met elkaar vergeleken worden. Halve-marathons in 1:30’; een marathon in 3:30’, etc… “Volgende keer ga ik er iets onder…”. Het is voor de fanatiekelingen van tijdschema’s dan vaak ook even wennen om aan een trailrun op onverhard en onregelmatig terein deel te nemen… Laat staan als er tijdens deze trails ook nog geklommen en afgedaald moet worden over heuvels en bergen. Waar blijft de tijd?!!


Foto: De ‘Olla de Núria’ is een klassieke bergtrail in de Catalaanse Pyreneeën met 21 km en 1940 m D+ hoogteverschil en 70% van de trail boven de 2700 m (NAP).

Trailrunning in de bergen moet je een paar keer gedaan hebben om er achter te komen wie je bent in een BergTrail. Het gaat bij trailrunning niet om een constant ritme… dit is namelijk onmogelijk op onregelmatig terein. Je hebt bij trailrunning veel meer aan je ‘gevoel’ dan aan je horloge. Je kunt het beste een ritme aannemen die bij een bepaalde ondergrond, of hellingshoek, past… een ritme dat bij jouw past. ‘Kost’ rennen door mul zand, blubber, of bij een berg op, je te veel, dan moet je dit langzamer doen. Het terein bepaalt je ritme. Ditzelfde terein vergt verder een ontwikkeling van je oog-voet-coordinatie. Bij trailrunning kijk je vaak een paar meter vooruit om vervolgens je voet blindelings op een steen of tussen wortels te plaatsen. Verder zullen er voor de beklimmingen en afdalingen spieren en pezen ontwikkeld moeten worden die je bij een vlakke weg-loop niet of nauwlijks gebruikt. De trailruns gaan door natuurgebieden waar je je moet leren oriënteren… je moet onderdeel worden van deze natuur….en je daar lekker bij voelen. Gaan de trailruns verder door berg-en-dal, dan is het niet vreemd om in het dal in een t-shirtje te kunnen rennen, terwijl je boven op de berg door de sneeuw ploetert. Het is dan ook normaal om tijdens een bergtrailrun een rugzak te dragen, waar naast voedsel en drinken ook nog het één en ander aan kleding wordt mee gedragen. Heb je dit allemaal geaccepteerd, en heb je de technieken onder de knie, en vindt je het nog prettig ook, dan is het toch wel leuk om te weten hoe lang je over een nieuwe trailrun gaat doen…


Foto: Bij steile hellingen tijdens bergtrails wordt er niet gerend maar gewandeld…ook is dit vaak in snel tempo.

Zoals eerder vermeldt; het terein bepaald je ritme…, en dus in zekere zin ook je eindtijd. Het is nog steeds waar dat de afstand een bepalende factor is in dit resultaat…. “hoe langer de trail, hoe langer de tijdsduur”. Maar bij bergtrailruns is ook de te overbruggen hoogtemeters naar boven en naar beneden een onderdeel van deze tijdsduur. Moet er 1000 meter geklommen worden over een afstand van 10 km, dan is het duidelijk dat dit niet met hetzelfde ritme (en dus, tijd) gebeurt als op een vlak terein. In de onderstaande grafieken A is het resultaat van de vergelijkking te zien van tijdsduur (in minuten) tegen ‘afstand’ (in km; boven) en tegen ‘hoogte’ (in m D+/-, geaccumuleerd hoogteverschil; midden) van een gemiddelde trailrunner, d.w.z Me-Myself-and-I…Barend.

De trails in de grafieken varieeren in afstand van 10 tot 100 km, en de geaccumuleerde hooteverschillen (pos+neg) varieeren tussen de 700 en 13.000 m. Verder zijn er hier zowel winter-trails door de sneeuw, als hoogte-gebergte trails, als midden-gebergte trails in de zomerwarmte in op genomen. Het is echter wel belangrijk te vermelden dat het hier in alle gevallen om ‘bergtrails’ gaat, waarbij ik er van uit ben gegaan dat de gemiddelde hellingshoek groter moet zijn dan 2%; d.w.z. dat er bijvoorbeeld over een afstand van 10 km in ieder geval 200 meter geklommen en afgedaald moet worden. In zekere zin noem ik dit de ‘onder’-limiet van een bergtrail. De bergsportbonden geven alleen een boven’-limiet aan, welke maximaal 40% is (d.w.z. 400 m klimmen over 1 km afstand!!!). Uit de bovenste (afstand) en middelste (hoogtemeters) grafieken wordt het duidelijk dat er werkelijk een relatie bestaat tussen deze twee variabelen en de tijdsduur van een bergtrail…, maar er is in dit geval ook een relatie tussen ‘afstand’ en ‘hoogtemeters’….”hoe langer de trail, hoe ‘hoger’ de trail”. De grafieken aan de rechterkant geven dezelfde relaties aan, maar dan in log-log schaal, om ‘kracht’ weg te nemen van de dominante langste, en hoogte trails. Op deze manier geeft een potentieele curve de eerlijkste relatie weer.

Zowel de ‘afstand’ als de ‘hoogtemeter’ zijn dus zeer belangrijk voor het bepalen van de ‘tijdsduur’ van een bergtrail. Ze geven in zekere zin de ‘moeilijkheidsfactor’ van een trail aan. Bij officiële bergtrail-kampioenschappen heeft elke race zijn eigen ‘moeilijkheidsfactor’, welke bepaald wordt door de ‘afstand’ (in km) te vermenigvuldigen met de ‘positieve hoogtemeters’ (beklimmingen in meters), en het resultaat te delen door 1000.

 Moeilijkheidsfactor van Berg-Trail = afstand x pos.hoogeteverschil / 1000

Zoals was te verwachten, is er een goede relatie tussen de ‘moeilijkheidsfactor’ van de verschillende trails en de ‘tijd’ die ik nodig had om deze trails te voltooien (onderste grafiek). De eerlijkste vergelijking is ook hier de potentieele curve (rechts onder), welke verder ook beste verglijking is van alle vergelijkingen.

Elke trail door bergachtig terein heeft haar afstand en hoogteverschil, welke normaal gesproken door de organisatie van wedstrijden wordt vermeld in de informatie van een wedstrijd. Met deze informatie kan de ‘moeilijkheidsfactor’ van de wedstrijd bepaald worden. Met de formule (y=24,527·x0,5862) die de relatie beschrijft tussen ‘moeilijksheidsfactor’(x) en ‘tijd’(y in minuten) kan ik dan verder een redelijke schatting geven over de tijdsduur van een nieuwe onbekende bergtrail. Deze geschatte eindtijd is misschien niet zó exact als een geschatte eindtijd op een vlak asfalt, maar het zal in de buurt komen van de uiteindelijke eindtijd, welke van nut is bij het organiseren van een trail. Vorig weekend deed ik voor het eerst mee aan de Marató del Monseny, en ik was er dus van uit gegaan dat ik voor de 42 km met 2700 m D+ zo’n 6:30’ uur nodig zou hebben. Dat het uiteindelijk drie kwatier sneller ging…? Op die dag liep ik op mijn “randje”, en dankzij de geschatte tijd heb ik een realistische uitdaging kunnnen aangaan om sneller te gaan dan “verwacht”.

Neem contact op

Verzenden..

© 2019 Trailrunning Europe - All rights reserved - Terms & conditions

or

Log in met je login gegevens

Gegevens vergeten?