fbpx

“La Hivernal” (42km; 2800 m D+/-)

Wat beweegt een relatief klein groepje mannen en vrouwen om op een zondagochtend in februari vanuit een klein dorpje over bospadden te rennen, die vol bladeren, stenen, en modder liggen, om vervolgens méér klimmend-dan-dalend op een hoogte van 2000 meter boven de zeespiegel op bevroren en deels besneeuwde bergweiden aan te komen, om daarna méér-dalend-dan-klimmend door de bossen weer in het dorpje aan te komen, hun benen en longen uit hun lijf rennend? Vraag het de ruim 200 runners van de afgelpen bergmarathon La Hivernal in de Catalaanse Pyreneeën, en in ieder geval kan ik antwoorden dat deze manier van bewegen in het hier-en-nu geweldig is. Het is niet nuttig, en je lost er ook geen wereldproblemen mee op, maar je valt ook niemand lastig.

De bergmarathon mag dan een race zijn, eigenlijk rent iedereen gewoon voor zijn eigen ego. We weten waar we aan toe zijn, maar we weten nog niet wat er wel en niet komen gaat. Snelheid, kracht, bewustzijn… Strategieën… Ik weet ook deze keer dat ik niet eerste ga worden, maar ik weet me ook deze keer weer op te laden en een doel voor ogen te hebben. Dit keer heb ik zelfs drie doelen verzonnen…of eigelijk vier, maar het doel om vooral te genieten is geen doel, want daar hoef ik nooit wat voor te doen. Nee, de drie doelen voor vandaag zijn:

1)    100% door mijn neus te ademen… ik heb hier tot op heden goede ervaringen mee, maar wil het ook toepassen in een race en op hoogte (boven de zeespiegel).

2)    Géén krampen krijgen… bij een vergelijkbare marathon (Montseny) liet ik op km 21 krampen op die wel weg gingen, maar misschien voorkomen hadden kunnen worden door ietsje gedoseerder te rennen (cq. Neusademhaling helpt hier bij).

3)    Wéér onder de 6 uren binnen te zijn… bij de Montseny-marathon lukte dat, maar hier is het hoogteverschil ietsje groter (2800 m D+ en D-) de hoogte ietsje hoger (2050 m), en het parcours wellicht ietsje lastiger met de combinatie van modder, stenen, sneeuw en ijs.

Foto (Hivernal). De eerste beklimming vanaf de dorpje Campdevanol (750 m NAP)

Ik loop me lekker op mijn plekje tussen de eerste 50 renners als we om 8 uur van start gaan. Dankzij de organisatie en het beperkte aantal deelnemers zijn er geen opstoppingen als we de eerste beklimmingen over smalle paden aan gaan. Ik zelf denk dat ik weet wat ik doe… maar ik heb het gevoel dat de andere renners ook weten wat zij doen; ieder gaat in haar of zijn gecontroleerd ritme omhoog (en naar beneden). Ik had mijn berekeningen weer los gelaten op het profiel van de race en de tussentijden geschat. Bij de eerste (7 km) en tweede controle (12 km) zie ik dat ik voor lig op schema…, maar niet te vroeg juichen… vanaf km 17 gaat de race over 8 km’s boven de 1700 m, en we moeten hier vier 2000 m pieken overbruggen. Maar het gaat echt lekker… de neus doet het, de benen ook, en zelfs de enkels zijn flexibel genoeg om er af en toe door heen te gaan op de bevroren bergweiden (in totaal ga ik 2 keer door mijn linker- en drie keer door mijn rechterenkel, maar vang het elke keer goed op zonder letsel). En de krampen…? Nergens te bekennen.

Foto’s. De bevroren bergweiden op 2000 m NAP.

Bij de vierde controle post (21 km) neem ik dé pitsstop zoals gewoonlijk… broodje, soepje en een praatje met mede rennners en organisatie… dé reset. Ook al volgt er gelijk een 150 m hoge klim, hierna is het méér-dalen-dan-klimmen. De rustige sfeer bij de tafel vol bevroren broodjes met nutella wordt een beetje opgewondender als Dolors Morcillo binnen komt, of eigenlijk voorbij komt, met een groepje (mannelijke) renners. Ze is de eertste renner van het vrouwelijke geslacht. Ik blijf aan deze groep haken en bij de 600 m afdaling over 3 km afstand is het mooi om te zien hoe Dolors ons allemaal vooruit loopt over de bergweiden. Gemzen zijn we, en die metafoor wordt bijna werkelijk als een groepje gemzen daadwerkelijk ons pad kruist. In korte tijd komen we dan ook voorbij de controlepost op km 26, waar het ritme verzwakt bij de 250 meter klim. We praten met elkaar en Dolors geeft aan dat ze last van krampen krijgt… Ik draag van alles bij me in mijn rugzak (eten van gels en repen, en drinken van zoutoplossingen doe ik op regelmaat) en ik geef haar een zakje zout. Het ritme blijft lekker in het groepje en de verschillende korte beklimmingen worden gevolgd door snelle afdalingen. Het is de “tweede helft” voor mij, de helft waar ik geef wat er in me zit. Ik ga overigens nog steeds een half uur onder het schema. Bij het bedevaartskerkje van Montgrony kom ik echter steeds verder voorop te liggen en raak ik de groep kwijt. De afdalingen door het bos over de modderpaden gaan heerlijk. Ik riskeer veel, maar ga maar één keertje onderuit zonder gevolgen.

Ik ben moe als er op km 34 een stijl modderig pad beklommen moet worden…en ik zie onder me twee rennners die op me inlopen. Dit wekt strijdlust in me op…ik zal proberen ze achter me te houden. Nu er nog minder dan 10 km af te leggen is is het me duidelijk dat doel 1 behaald wordt. Een hele marathon door mijn neus geademd. En als er nu geen krampen opkomen (wat zelfs bij de laatste 100 meter kan gebeuren) dan is ook doel 3 (en doel 2) binnen. Op deze laatste km’s zie ik op 3 km voor de finish nog één keer die twee renners op een afstandje van een 100 meter. Maar bij de laatste afdaling van 200 m tot het dorp laat ik ze definitief achter me liggen. Ik hoor de omroeper en op het rechte stukje tot finish wordt mijn naam bijna voor het eerst correct uitgesproken… op 5:33 uur klok ik af: 32ste in het algemeen klassement en 11debij de (mannelijke) veteranen. In alle opzichten is de missie van deze race met succes volbracht en de hamburger met bier smaakte dan ook prima in de enige zonnestralen die we die dag te zien kregen.

Find your rhythm and enjoy your run.

Barend van Drooge

Neem contact op

Verzenden..

© 2019 Trailrunning Europe - All rights reserved - Terms & conditions

or

Log in met je login gegevens

or    

Gegevens vergeten?

or

Create Account