fbpx

Door een boom het bos weer zien.

Het is een druilerige 22ste januari 1986. Zo’n dag dat het miezert en dat het waterkoud is. Zo’n dag dat het om 9 uur ’s ochtends even donker is als om één uur ‘s middags. Een dag om eigenlijk gelijk maar weer te vergeten. Het is woendsdagmiddag en met mijn vrienden en vriendinnen uit groep 8 ben ik buiten aan het spelen. Ik woon aan het kanaal, tegen een industrieterein aan, en daar is altijd wel wat te beleven. Je kunt er goed verstoppertje en tikkertje spelen en klimmen. Ik ben snel, zowel met rennen als met klimmen, en om dat aan iedereen te laten zien daag ik m’n vrienden uit om te kijken wie het snelst in en uit een boom kan klimmen. Het is een prachtige els die voor ons huis aan de kant van het kanaal staat. Hij heeft vele brede takken tot reikt wel 8 meter boven de grond. Een echte klimboom waar ik vaak in zit. Nu is hij kaal en z’n natte zwarte takken steken af tegen de grijze hemel.

Foto: Boom en ik, 30 jaren verder.

Ik ben als eerste boven… natuurlijk. En ik ben ook weer als eerste beneden… in een fractie van een seconde…of minder zelfs. Ik glij uit en val naar beneden… raak nog een paar takken… en maak een harde landing op één been: mijn linker. Ik lig een beetje vreemd op mijn rug onder de boom naar boven te kijken met mijn linkerbeen gebogen onder me, en weet dat er iets niet goed is. Ik krijg mijn been niet meer recht en ik heb veel pijn, wat erger wordt als mijn vrienden me recht leggen. Ze gaan m’n moeder roepen en met z’n allen tillen ze me het huis binnen. Op de plaats van mijn knie zit een gat onder mijn huid… en twee bulten net er boven. Een doktor komt, een ambulance, lichten in de operatiekamer van het ziekenhuis en ik ijl. Ik heb koorst en in combinatie met de morfine verblijf ik de eerste dagen in een soort roes. Uiteindelijk blijkt dat mijn patellapees is afgescheurd bij de landing en dat mijn knieschijf in tweeën ligt. Nu zit alles weer vast met staaldraden en moet ik beginnen met het optillen en spannen van mijn bovenbeen in het ziekenhhuisbed waar ik tien dagen blijf. Er is pijn, koorst en een blauw-rode ballon die mijn knie moet voorstellen. De knie wordt weer open gemaakt en de ontstekingen behandeld. De koorst verdwijnt en zwelling wordt minder… Er kan na een tijdje loopgips om mijn been en ik kan op krukken met mijn normale leven verder. Priksleeeën in plaats van schaatsen… Ja, er is ijs in februari en er wordt zelfs een Elfstedentocht gehouden die door onze stad gaat. Voetballen met krukken… omdat ik gewoon niet kan geloven dat het ooit anders zou moeten… Voetballen en turnen zou niet meer gaan in de toekomst, zei de arts… Het is pijnlijk om te zien hoe mijn been er na drie maanden uit ziet als het gips er om weg kan… Er is spieratrofie opgetreden en mijn linkerbovenbeen is 6 cm minder in omtrek dan mijn rechterbeen… en de knie is dubbel zo dik. Met dit been moet ik dus verder. Ik schop het nog wel tot de Friese voetbalselektie en het eerste team van onze vereniging, maar deelname aan Nederlandese kampioenschappen met de turnspringploeg en turnen zelf zijn geschiedenis. Het duurt lang, maar na een aantal jaren besef ik dat je wel altijd terug kunt komen, maar dat het nooit langs dezelfde weg is. De knie blijft pijnlijk en de kracht en snelheid zijn veel minder… Ik breek uiteindelijk met de sport, en breek daarmee ook met veel vrienden.

Tijdens mijn studiejaren doe ik niet aan sport, ook al fiets en loop ik veel. Nieuwe vriendschappen worden gemaakt en eentje is zelfs zo heftig dat ik Nederland verlaat om samen met haar in Catalonië te gaan leven. We lopen samen verder… door de straten van Barcelona, door de bossen, en over de bergen; steeds hoger en steeds verder. We doen mee aan wandeltochten van 30km, 50km en 80km door de bergen en mijn knie doet geen pijn. De kracht en snelheid komen niet meer terug, maar de zeurende pijn ook niet meer. Uiteindelijk breekt Ingrid haar vliezen en baart ze onze eerste zoon. Het is 2006 en de excursies worden voortgezet met een beudeltas of kinderrugzak met de eerste zoon, en later de tweede zoon er in. Maar om langere excursies te kunnen doen ga ik af en toe alleen op pad… in een drafje om snel weer bij de familie thuis te kunnen zijn. Maar steeds voorzichtig en met het idee dat elk moment de knie op kan spelen en niet meer verder kan, en dat zou jammer zijn, want buiten zijn in de natuur is waar ik toch het meeste van houd. Maar de pijn komt niet terug.

Foto: Romeufontaine 2016 (Font Romeu / Pyrenees2000).

Het is 17 januari 2016 en ik heb de afgelopen jaren heel wat afgerend door de bergen… 20, 40, 60, 100, 120 km met de duizende hoogtemeters. De licht gebogen houding van de bovenbenen, de variatie van de ondergrond, en de afwisselende bewegingen in deze omgeving doen me goed… of in ieder geval geen kwaad. Verder is er weinig mooiers dan je te bevinden in bergachtige landschappen en bossen. Dit besef ik ook vandaag weer als ik door de besneeuwde bossen en bergen van de Pyreneeën rond Font-Romeu ren, samen met 300 andere hardlopers. Het is -8ºC als de zon op komt en de bergen van blauw naar rood en wit laat kleuren. Er is een strak blauwe hemel en er staat geen wind… De tocht is zwaar, net als verleden jaar (http://goo.gl/4K8TUs), maar alles is OK, en na 37 km kom ik over de finish na weer een mooi avontuur. Apart wat een boom me allemaal kan laten zien.

Find your rhythm and enjoy your run.

Barend L. van Drooge

Neem contact op

Verzenden..

© 2019 Trailrunning Europe - All rights reserved - Terms & conditions

or

Log in met je login gegevens

Gegevens vergeten?