fbpx

Midlife in the Mountains

Het is alweer enkele jaren geleden dat ik met vriend Marcel de Bakker de bergen in ging. Nu beide 43, bepaald niet in de vorm van ons leven. We zitten middenin de midlife shock waarin je pijntjes (h)erkent, minder goed tegen alcohol kunt en ‘dingen’ gaan hangen. Wij zijn die mannen met die veelstedure racefiets. Mannen die niet in Lycra horen, hun buik over het stuur leggen en koffie drinken met vlaai. Veel vlaai. Aan het materiaal ligt het niet. Neem een greep uit onze rugzak en alle gerenommeerde buitensportmerken zijn ruimschoots vertegenwoordigd, Lowe Alpine, The North Face, Peak Performance, Patagonia, Odlo, Jack Wolfskin. Nu is de vraag of we het fysiek en mentaal nog kunnen. We nemen de proef op de som met de stoere Sellrainer Hüttenrunde in Oostenrijk, zoals we dat ook deden toen we twintigers waren.

Het gebied rondom het Sellraintal is een afgelegen gebied met meerdere hutten, route-opties en hoogalpien, dus niet zo toeristisch. Met een rugzak van 10 kilo starten we ons wild geraas in het dorp Praxmar (1.689m) om van daar via de vallei naar het Westfalenhaus (2.276m) te lopen.

De zon schijnt op ons bolletje en we zijn maar wat ingenomen met onszelf als we gemoedelijk door de prachtige vallei banjeren. Dei ingenomenheid komt ook door het zo nu en dan oprapen van stukjes papier. Als oprichter van de Green Runner Movement probeer ik buitensporters zo ver te krijgen ieder buitenmoment één stuks zwerfafval te rapen. Gelukkig blijft het hier bij slechts enkele papiertjes in de nabijheid van de hutten. Dan is onze zelfingenomenheid over. Of we nu de lage Winter- of hogere Sommerweg volgen, klimmen is het devies. Het pufgehalte neemt toe. Woorden als pens, vadsig en midlifeman passeren de revue. De praktijk is dat we gewoon nog moeten acclimatiseren. Met kloppende kop bereiken we de hut die als een fort boven de vallei uittorent. We zien hem al van ver liggen, om er lang over te doen.
Met gloeiende rode koppen doen we ons tegoed aan het Bergsteigeressen, zoals alle dagen. Jammer dat het in alle hutten goed gebruik is de vensters te sluiten en de kachel goed op te stoken. Met 40 man in een muffe sauna. Hadden we daar vroeger geen moeite mee? Vroeg in het Lager met een goed boek dan maar. Waarom hebben die andere gasten al onze kleding verhangen om boven ons te gaan liggen terwijl het hele Lager leeg is? Het irriteert ons. Zijn we inflexibeler geworden met de jaren?

Dag twee is al een tikkie zwaarder. Via het Winnebachjoch (zadel op 2.782m) lopen we in ongeveer 4,5 uur naar de Winnebachseehütte (2.362m). We traverseren immense puinhellingen. Dit is oprecht hoogalpien gebied en de hutten liggen op aanzienlijke hoogte. Het draagt bij aan het gevoel weg te zijn van de bewoonde wereld. De realisatie dat je heel even wordt getolereerd in de troonkamer van de weergoden. Even die heerlijke sensatie om alles letterlijk achter je en onder je te laten. Terug naar een ritme van lopen, eten, drinken, retireren en slapen. We voelen de midlife al minder. Spieren hebben een geheugen, ze keren langzaam terug. Hangende lichaamsdelen voelen strakker.

In het Westfalenhaus ontmoette ik twee Nederlandse trailrunners en een steek van jaloezie ging me door het hart. Mijn sport: rennen door de bergen met ultralichte spullen. Geïnspireerd trek ik vandaag mijn gear aan en ren vanuit de hut tot halverwege de Gänsekragen (2.914) om de waanzinnige vergezichten boven de wolken tot me te nemen. Daarna ren ik, via het terras beneden, aan de andere kant van de hut naar de Ernst Riml Spitz (2.507) waar een mooi kruis staat en ik zicht heb op de gletsjer. Mijn kracht komt terug. Er staat 30 minuten voor deze laatste klim, ik doe het in 16 minuten en in acht weer terug naar het terras waar een helles Bier op me wacht.

Mijn Spielerei sterkt het gemoed en verzuurt de stammetjes die me een dag later van de hut via het Zwieselbachjoch (2.868m) en het Gleirschjöchl (2.751m) naar de Pforzheimer Hütte (2.308m) moeten brengen. Een pittige dag en onze lichamen kraken. Koude wind teistert ons op de Jochs die als natuurlijke tochtschachten functioneren. Marcel krijgt last van zijn (lopers)knie en ik instrueer hem aan zijn buik- en rugspieren te werken. ‘Dat is geen probleem!’, verzekert hij me, ‘Die zijn nog helemaal als nieuw, nooit gebruikt’. Op deze lange dag navigeren we helemaal door het hart van dit gebied. Een lang dal vol met stenenvelden, uitgesleten door de gletsjers. Alleen bovenin zijn nog de laatste resten ijs zichtbaar. Na het tweede Joch dalen we via steile schachten zigzaggend af naar de Pforzheimer Hutte (2.308m). Zo nu en dan hard piepen, waarna we Murmeltiere zien, die ons op de achterpoten aanstaren. Ook wij piepen en met een flinke inspanning bereiken we in de 5,5 uren die er voor staan ons doel. Krachttermen ontstijgen ons en de fysique kraakt. Tijdens trektochten is er altijd die ene (te) lange dag. Grijnzend dagdromen we over de eerste bestelling die we gaan doen, terwijl we voort strompelen. Dat weten wij midlife-mannen uit ervaring: alleen door de ene voet voor de andere te blijven zetten, zullen we zegevieren. Iets met geduld dat met jaren komt.

In Nederland heeft inmiddels de eerste herfststorm zich aangediend, met als gevolg ook hier harde winden. Huttenwaard Florian drukt ons op het hart alle luiken en vensters gesloten te houden. Terecht, want door de druk van de wind komt een van de luiken van de kruipruimte met hels lawaai het lager in vliegen. Die nacht schudt de hut door de bulderende wind.

We ontwaken in een serene witte wereld. Vanaf 1.400 meter heeft het gesneeuwd. Florian denkt dat we de klim over het Satteljoch (2.737m) aankunnen, ‘Alleen een beetje Trittsicher en sportlich zijn’. Het doet me denken aan een eerdere gletsjertocht bij de Aletschgletsjer. Vanaf de Finsterahornhutte willen we met een touwgroep van drie de Fieschergletscher aflopen tot de bewoonde wereld. Volgens de huttenwaard een ‘sportliche route’ die we wel aan kunnen. Dat kunnen we. Maar nét. Eerst een gletsjer zo broos als crêpepapier, dan klauteren langs ijzingwekkende rotswanden en eindigend met urenlang banjeren door morenenvelden met kolossale stenen. Als een huttenwaard het woord ‘sportlich’ in de mond neemt, gaan bij mij alarmbellen rinkelen.

Dat is niet nodig. Via een witte kom klimmen we de vallei uit. Het pad steeds steiler, de vergezichten steeds mooier. Het is doodstil als we het Joch bereiken. Wolken stijgen majestueus op uit de ons omringende diepten. Het absolute hoogtepunt van onze tocht, in de laatste uren. Mooi altijd hoe nietig je je waant, de erwt in de kosmos. Hooggebergte maakt nederig en tegelijkertijd slaan we ons op de borst: we kunnen het nog.

Conclusie
Fysiek kunnen we nog prima meekomen, al compenseren we dat met wijsheid en ervaring. Vanuit sociaal oogpunt komen we er een stuk minder vanaf. Waarom naast me liggen in een leeg Lager? Neem elders een bed, voor mijn part een eigen Lager. Misschien komt het omdat we meer te besteden hebben. We eindigen onze tocht in een privé-sauna in een hotelletje in Gries. Zittend naast elkaar in het stoombad, onszelf bekijkend, kunnen we niet anders dan bijzonder tevree zijn. Een en ander is gaan hangen, maar ’t hangt al minder. We voelen ons nog steeds 25 en voegen ons nog niet bij Ötzi; we’ll be back! Want wat is dit een prachtig en ruig gebied…

Informatie:
Sellrainer Hüttenrunde: https://www.innsbruck.info/…/w…/sellrainer-huettenrunde.htmlwww.sellrainer-huettenrunde.atwww.sellrainerrunde.at
Green Runner Movement: www.greenrunnermovement.nl
Midlife Crisis: https://www.nrc.nl/…/de-midlifecrisis-is-echt-maar-het-hoef…

Bereikbaarheid:
Er zijn uitstekende internationale treinverbindingen tot Innsbruck Vervolgens kun je per bus verder naar Sellrain. Bustijden: www.vvt.at

Een sportieve groet,

Jan Fokke Oosterhof 

Tags:

Neem contact op

Verzenden..

© 2019 Trailrunning Europe - All rights reserved - Terms & conditions

or

Log in met je login gegevens

or    

Gegevens vergeten?

or

Create Account