fbpx

Duo Stom en Eigenwijs in de Dolomieten

Op vrijdagavond 8 maart zat ik samen met m’n meissie te stapelen in restaurant De Budde in Nijverdal. Ik aan een glaasje Fanta, zij aan een wijntje. Immers, ik stond aan de vooravond van de 80km Sallandtrail, en zij kwam kijken dus de rollen waren verdeeld…..

Ruim 9 maanden daarvoor had ik mijn eerste Ultra gelopen in het Vechtdal, tenminste, ik vond dat het een Ultra was. Na tientallen marathons over de hele wereld gedaan te hebben, was ik toe aan  wat nieuws. Hoewel die 52 kilometertjes niet vanzelf gingen, was mijn nieuwsgierigheid gewekt, en ging ik trainen voor de wat langere afstanden. Ik kreeg een heus trainingsschema waarbij lange, langzame duurlopen werden afgewisseld door snel intervalwerk. Mijn lijf moest in het begin aardig wennen aan deze verandering, maar desondanks liep ik in het najaar de ISU 60km en de Brabantse Wal Ultra waar ik na 80 kilometer sneuvelde.

De Ultra’s hadden mijn belangstelling nu definitief gewekt, en hopelijk kon ik tijdens een “romantic dinner for 2” op de Sallandse Heuvelrug, mijn lieftallige eega iets enthousiaster krijgen voor mijn afwijking die wel wat veel tijd in beslag begon te nemen. Tijdens het eten begon mijn telefoon te trillen; “Mars, kijk eens op Facebook”. Hoewel volstrekt ongepast, keek ik toch en kreeg een filmpje onder ogen van een grote kale man met woeste grijze baard die met zijn hand in een hoed zat. Die man kende ik; dat was Cor van Disseldorp van Trailrunningevents, maar waarom die hoed? Het antwoord kwam al snel; als een volleerd goochelaar, toverde hij er een briefje uit, waarop mijn naam stond. Hoe dan? Klaarblijkelijk had een onverlaat mij opgegeven voor een prijsvraag en was ik de “gelukkige” winnaar van een startbewijs voor de Dolomites Ultra in Brixen. Ik had er nog nooit van gehoord, dus even gegoogeld (ik was nu nieuwsgierig) en ik schrok me te pletter. Mijn tafeldame was inmiddels ook benieuwd geworden en vroeg mij naar mijn prijs en na mijn antwoord keek zij mij met een afgemeten blik aan en sprak de historische woorden; “dat lukt jou nooit”. Mijn besluit stond vast….

Aangezien dit een duoloop was (start, loopje, finish doe je samen) moest ik nog een mede slachtoffer vinden waarbij ik maar aan 1 persoon kon denken; loopmaatje Karin die ik 6 jaar eerder had leren kennen op mijn 1e marathontrail moest het gaan worden, en anders begon ik er niet aan. Tot mijn stomme verbazing gaf ze mij zonder ook maar een moment te twijfelen, een positieve reactie. Ik kon niet meer terug……

Nadat ik de volgende dag de Sallandtrail met redelijk gevolg had volbracht verdwenen de Dolomieten even naar de achtergrond. Rotterdam kwam nog tussendoor, er moest nog een beetje gewerkt worden en het leven bestond uit iets meer dan alleen maar lopen. Wel trainer Sander Schreurs gevraagd of hij mij letterlijk naar grotere hoogten wilde begeleiden waardoor er een nieuw maatschema op TP verscheen. Aangezien Karin ook bij Sander trainde was het welhaast een gevalletje copy/paste, ook omdat wij in het verleden hebben bewezen redelijk aan elkaar gewaagd te zijn. De trainingsomvang en intensiteit namen langzamerhand toe maar aangezien ik nog geen meter op een berg had gelopen (het viaduct bij Den Bommel niet meegerekend) nam vriendinnetje Stella mij een dagje mee naar de Ardennen. De 50 km Ohm Trail op GPX, niet te flauw doen. Begin mei, dus natuurlijk sneeuw, en Mars mocht voorlopen. Na 2 kilometer berg op sloeg de paniek toe; dit was vele malen zwaarder dan alles wat ik ooit tevoren had kunnen bedenken. Mijn dametje had gelijk gehad; ik kon dit inderdaad niet. Ik keek angstig naar Stella maar haar blik sprak boekdelen; “niet zeiken en lopen met dat ouwe lijf”. Aldus geschiedde en na bijna 8 uren en 50 kilkometers kon ik terugkijken op mijn eerste bergloopje. Het aantal hoogtemeters (2233) viel natuurlijk niet te vergelijken met hetgeen mij te wachten stond in Italie, maar ik had tenminste een idee. En dat gaf me nu niet echt een behaaglijk gevoel. Ook moest er nog een keer met stokken worden getraind en trailmaatje Antoon nam mij mee op de Brabantse Wal. 1,5 uur en een fikse duikeling later snapte begon het pas echt te dagen; die Dolomietjes worden wel een dingetje

Inmiddels zijn we aanbeland in juli en had ik in elk geval qua omvang mijn best gedaan; ruim 1800 kilometer in 6 maanden en prachtige loopjes als Rondje Voorne, de Dodemanstrail en de Veluwezoomtrail waren een welkome afwisseling op de heftige HIIT en VO2Max trainingen. Door de trainer was ik inmiddels al omgedoopt tot “machine” en vol goede moed leefde ik naar het uitstapje toe. We zouden op het gemakkie vertrekken zodat we nog wat tijd kregen om te acclimatiseren. Totdat de week voor vertrek allerlei sociale- en zakelijke verplichtingen de boel in het honderd gooiden en we na een volle dagreis vrijdag einde middag aankwamen in Brixen. Eerst maar ff de startnummers halen en een klein hapje eten. Om 21 uur briefing? Wat is dat voor onzin; we willen nog even slapen! Echter met zuid Tiroolse onverbiddelijkheid werd ons te verstaan gegeven dat deze VERPFLICHTET was! Wij ons dus maar braaf gemeld in een vaag zaaltje in het bankgebouw alwaar het gros van onze medelopers in vol gesponsord ornaat in de stoelen hing. Duo Karma zoals we onszelf spitsvondig hadden genoemd stak daar in hun huispakken ietwat schril tegen af. Nieuwsgierige, welhaast meewarige blikken waren ons deel, en wij beperkten ons tot nerveus gegiebel en geschuif op ons stoeltje. Vervolgens kwam de Race-President (jaja) ons in vloeiend Italiaans vertellen wat er de komende uren van ons werd verwacht. Gelukkig wist zijn collega er nog een Duitse en Engelse vertaling uit te persen zodat wij in elk geval iets meekregen van het gezellige feestje dat ons te wachten stond. Eerst dachten we nog dat de foto’s van de steile hellingen op afgrijselijke bergen bedoeld waren om ons iets van de omgeving te laten zien, maar al snel bleek dat deze onderdeel van het parcours waren. Dit was niet volgens afspraak! Het nerveuze giebelen kreeg een wat angstige ondertoon en omdat we nog een paar uurtjes hadden tot de start togen we richting hotel om onze spulletjes te pakken en een stuk pizza naar binnen te werken omdat de hotelkeuken niet meer had gerekend op mafkezen die om middernacht een berg oprennen.

Gepakt en gezakt togen we tegen middernacht naar de Piaza di Duomo alwaar onze tot de nok gevulde rugzakjes werden gecontroleerd op…….niks. Buiten dat we al onze etenswaren moesten voorzien van ons startnummer, zodat we in de bekende kladden gegrepen konden worden wanneer we de wikkels op de berg zouden dumpen, zat de backpack vooral vol met nutteloze zaken, immers bij ruim 30 graden en stralend weer is de noodzaak van het meedragen van muts, handschoenen, thermokleding en regenpak mij niet geheel duidelijk, maar ik heb het wel allemaal meegesjouwd.

De start

0.01……we zijn weg…een sliert van hoofdlampjes verlaat het plein en gaat richting heuvels. De eerste kilometers gaan heerlijk……lange, mooie, overzichtelijke stijgingen waarbij de meegebrachte poles nonchalant meebewegen op het ritme van de voetjes. Na 1,5 uur arriveren we bij de eerste post, ruim voor op schema. “Dit gaat lekker zo Kaatje, als we zo doorgaan zitten we om 3 uur aan het bier” De verzorgingspost is karig ingericht met wat jerrycans met water en sportdrank en een verdwaald bakje rozijnen, maar we zijn nog vroeg in de race, dus wie heeft er wat nodig. Later bleek dat dit de standaard was, maar hierover straks meer. Na onze tussenstop gaan we verder in het donker….een prachtig bos waar de duizenden sterren ons zachtjes bijschijnen. Inmiddels lopen we zo’n beetje alleen dus we genieten van de stilte terwijl we wel door hebben dat de gelikte hellingshoeken van het begin zijn overgegaan in wat minder vriendelijke percentages. Het wordt steil! Na 20 km bij verzorgingspost 2 is de aanvankelijke branie al iets getemperd. Dit si keihard werken. Daarnaast beginnen we langzamerhand misselijk te worden en is er op de post wederom niets te knagen. Zuchtend vullen we onze flesjes en grijpen we naar onze noodvoorraad. Een enkele Sultana krijgen we met veel moeite naar binnen gewerkt.

In het pikkedonker lopen we over een steil bospad dat wordt versperd door vriendelijke herkauwende koeien die oplichten in het schijnsel van onze lampjes. Daar waar normale runderen loeien, doen deze bellen. Dat deze arme dieren geen geestelijke schade oplopen door het aanhouden geklingel is mij een raadsel maar wij hebben andere dingen aan ons hoofd; het eerste plaatje dat ons enkele uren daarvoor op de briefing is getoond, ligt plotsklaps voor ons. We moeten naar boven! Al grabbelend en graaiend vinden we een staalketting waarlangs we ons stukje bij beetje naar boven bewegen, de voetjes zoekend naar houvast. “maar goed dat het donker is en we het ravijn niet kunnen zien he Kaar” Mijn humor laat het ook al afweten en metertje voor metertje kruipen we naar boven. In de verte achter ons zien we andere lampjes, hetgeen betekent dat we in elk geval niet de laatsten zijn. Met een zucht van verlichting komen we boven maar heel veel tijd om te genieten is er niet…we moeten door.

In de verte zien we woeste pieken van het Parco Naturale Puez opdoemen in de ochtendschemering. Het wordt langzamerhand licht en wij verheugen ons op het zonnetje op ons gezicht, ook omdat de afdruk van mijn hoofdlampje inmiddels ook aan de binnenkant van mijn schedel zit. Maar eerst nog even dat bergje af, en nu kunnen we heel vaag de dieptes zien die onder ons liggen. Ik blijf strak aan de hellingkant lopen waardoor ik steeds omval (gelukkig naar de goede kant) en Karin begint krampverschijnselen te krijgen. 4 kilometer verderop ligt de volgende verzorgingspost en met die in gedachten hobbelen we door. Weer bergop want de meeste hoogtemeters zitten in het begin, maar inmiddels zijn we er wel een eind klaar mee. Onderweg zingen we nog even een liedje voor onze jarige trainert en na de zoveelste beklimming, deze keer door een Alpenwei vol hitsige koeien (en stieren), komen we uiteindelijk aan bij post 2. Karin is echt beroerd en heeft het koud, ik voel me eigenlijk nog wel ok maar heb alleen geen enkele trek, wat mooi uitkomt want op deze verzorgingspost is ook niks. Er staan 8 gebruikte kartonnen bekertjes waaruit we lauwe bouillon of cola kunnen drinken, en de bekende jerrycans met water zijn er ook weer. Karin zegt dat ik wat moet eten en ik vind een klein stukje stokbrood met kaas waar de tanden van mijn voorganger nog in staan. 1 hap en dan is het alweer voldoende. We kijken elkaar aan, en onze blikken zeggen hetzelfde; laten we maar stoppen, want dit wordt niks meer. Dus we staan op een gaan verder.

We belanden nu in het echte hooggebergte en de paden veranderen in kale rotsen, waardoor het tempo, voor zover nog aanwezig, nog verder zakt. Uiteindelijk bereiken we de top, en onder een stralend blauwe hemel bewonderen we het landschap, Op ruime afstand zien wij bergtoppen die tot in de hemel reiken; de punten trots omhoog wijzend, de flanken bezaaid met rotsen en gravel van de ongetwijfeld tientallen landslides die hier plaats hebben gevonden. We schieten wat plaatjes en ik tuur ademloos de verte in….en ontdek tussen het grijs 4 play-mobil poppetjes. Daar moeten we dus heen. Ik kijk naar Kaatje, ze knikt begripvol, haalt haar schouders op en begint te lopen.

En nu ik het toch over haar heb; vooraf had ik mij bedacht dat ik dit alleen met Karin zou aandurven en dat gevoel is meerdere malen bevestigd. Willekeurig welke andere metgezel had ik binnen de eerste 30 kilometer van de berg gepleurd. Wij daarentegen voelden elkaar feilloos aan. We wisten wanneer we iets moesten zeggen, maar we vooral wanneer we moesten zwijgen. We liepen kilometers naast en achter elkaar, maar wisten ook wanneer we elkaar ruimte moesten laten. Een enkele blik of beweging, was voldoende en wanneer ik in het laatste stuk lomp een hek voor haar neus in het slot gooi, kijkt ze me niet eens aan. Na afloop zegt ze vol trots dat ze zich eindelijk “one of the guys” voelde. Zonder Karin had ik nooit aan deze reis begonnen en al helemaal niet volbracht.

Inmiddels zijn we aangekomen op de woeste, grijze steenmassa en volgen het “pad” naar boven. De zon brandt alweer lekker dus hebben we er een nieuwe uitdaging bij. Man- en vrouwmoedig ploeteren we naar de top op ruim 2600 meter om vervolgens hetzelfde stuk aan de achterkant in omgekeerde richting te volbrengen. En je raadt het al; we moesten de vallei uit, en er wacht ons nog zo’n liefje. Ik pak een kortere weg waardoor ik bijna van de berg flikker, en als we na een uur boven komen mogen we ons weer aan staalkabel langs het randje hijsen. Normaalgesproken zouden we wel 3x nadenken voor we over dit richeltje zouden schuifelen, maar vandaag is niets gek.

Er wacht ons een prachtige uitgestrekte vallei met een redelijk pad, wat ook nog eens min of meer vlak is. We zijn in het paradijs beland! We glimlachen en hebben zelfs weer een soort van praatjes, ook omdat VP 40 km niet ver weg is. Hadden we gedacht daar dan getrakteerd te worden op allerlei lekkers, hebben we het weer mis. Jerrycans en wat powerbars; de vrijwilligers die deze post bemannen hebben er ook weinig zin in, dus dan maar even binnen kijken. We krijgen 2 broodjes die we allebei voor de helft opeten, een glas melk en een glaasje cola en mogen 20 euro afrekenen maar we hebben in elk geval iets binnen. En beter nog; we hebben het ergste gehad, tenminste dat denken we. We mogen nog een klein stukje omhoog en belanden in de sneeuw. Grijnzend laat ik me fotograferen want ik weet dat we nu gaan dalen. En dat klopt! Mijn verwachting wordt bewaarheid wanneer we aan de rand komen te staan van een soort trapgat. De Stairway to heaven maar dan 400 meter de verkeerde kant op. Galant als ik ben, ga ik voor en daar waar ik thuis struikel over een stoeptegel, blijf ik hier wonderbaarlijk op de been. Karin daarentegen maakt een flinke schuiver maar gebaart dat er niets aan de hand is. De blauwe plek na afloop vertelt een ander verhaal, maar aan klagen doen we vandaag niet.

Ik sta regelmatig voorovergebogen en wijdbeens naar mijn kruis te turen, iets waar Karin mij na afloop op aanspreekt,  maar daar het hoogteprofiel op het startnummer is gedrukt, probeer ik uit te vissen wat ons nog te wachten staat. Kansloos natuurlijk, maar het gaat om het idee. Verder, door het bos (nu wordt het makkelijk) en we komen aan bij de 50km post. Karins Forerunner heeft het dan al begeven en ik jok de afstanden een beetje bij elkaar zodat de moraal goed blijft. Dat gaat me redelijk af en de ontdekking van stukken meloen bij deze post, en een zakje winegums in mijn pack geven ons kortstondig een euforisch gevoel. De Trojka van Drs.P gaat door mijn hoofd. We gaan richting de 60 kilometer! Totdat we 3 kwartier later het bord van 50km passeren. Ik voelde m al aan komen omdat mijn Fenix 5X het nog wel deed, maar voor Karin was dit een mokerslag. We komen op een steile Alpenweide en ik neurie het DoReMi uit de Sound of Music en denk aan foute Italianen. Kaatje  loopt een stuk achter mij en das maar goed ook want de donderwolk boven haar hoofd houdt zelfs de vervelende steekvliegen even op afstand. Uiteindelijk worden we weer een soort van vriendjes en bietsen we water om onze flesjes te vullen. We vinden een hutje en besluiten te stoppen voor een soepje wat wonderwel binnen blijft. Op de volgende post ligt een deelneemster opgebaard en na alweer een stuk meloen hobbelen we door.

Ik krijg het lastig en heb moeite te onthouden waar ik ben en met wie dus Karin loopt een stukje voor. Praten doen we dan allang niet meer. We wisselen weer af tot ik haar ineens kwijt ben. Ik ga terug en zie haar waggelen in de verte. Bij een stroompje gaan we even zitten; ze is lijkwit en staat op het punt van flauwvallen. Allebei zijn we kotsmisselijk maar we hebben geen keuze. We moeten door. Een beetje water op het gezicht helpt iets, maar God wat is dat smerig na 17 uur zweten. Een maagtabletje en de meest gore gel die je je maar kunt voorstellen maar we moeten iets. Onze teamnaam is inmiddels al lang geen “Karma” meer, maar “Duo Stom en Eigenwijs”, waarbij wij beide rollen afwisselend pakken,  vinden we bij nader inzien toch wat toepasselijker. De tijd begint nu wel wat te dringen maar 16 kilometer (ik zeg Ktje dat het er 12 zijn) in 2,5 uur moet toch wel te doen zijn, zeker ook omdat het allemaal berg af is. De laatste kilometers maken het plaatje compleet; steil omlaag, rotsen en stenen en elke stap is een klap op de benen en vestigt de aandacht op een handvol blaren die achteraf zo groot blijken te zijn als theezakjes. We worden ingehaald; shit…we zijn de laatsten, en we hebben nog maar een uur. Mijn vloeken gaan op in het naderend onweer en we verbijten de pijn. Kaar zakt letterlijk door haar hoeven maar staat op en imiteert een Duracell konijntje. We “rennen” richting dorp en horen de klokken van de kathedraal 8x slaan. We zijn te laat! Waarom moet ik nu toch ineens aan Assepoester denken? We stuiven (of was het strompelen) het plein op en onder luid gejuich van de nog aanwezige toeschouwers vallen we elkaar huilend en lachend in de armen onder het finishdoek. We hebben het gered! En daar is ook El Presidente; met medailles en een extra aandenken, waarschijnlijk omdat we de laatsten zijn! We zijn te verbouwereerd om te reageren, daarnaast is ons snappertje al uren vol dus we laten het allemaal maar even over ons heenkomen.

Pas bij het biertje na afloop beginnen we langzamerhand te begrijpen wat er is gebeurd; we hebben 84 kilometer gelopen waarin we 4788 meter omhoog, en weer omlaag zijn gegaan. We hebben er 20 uur over gedaan, maar zien achteraf dat er diverse teams maar net voor ons zijn geëindigd, en dat er een hele bult is uitgestapt. We merken dat de mensen thuis enorm met ons hebben meegeleefd omdat we live waren te volgen. Als we de lokale bevolking vertellen dat we zo vanuit de polder de berg zijn opgerend staan ze ons met open mond aan te gapen. Pas dan we beseffen dat we een hele bijzondere prestatie hebben geleverd. En dan het loopje zelf; achteraf gezien is dit veel zwaarder en technischer geweest dan vooraf was gecommuniceerd. Dit werd ook door de overige deelnemers en betrokkenen bevestigd. Men had er goed aan gedaan dit eerder en duidelijker kenbaar te maken want dan waren wij er waarschijnlijk niet eens aan begonnen. Wij kregen duidelijk de indruk dat men in deze eerste Ultra alle hoogtepunten van dit prachtige gebied wilde laten zien, waardoor deze loop meer een combinatie werd van hobbelen, hiken en bergbeklimmen. Onze gemiddelde snelheid zegt genoeg. Daarnaast was de verzorging onderweg ronduit slecht. Wanneer je haast 10.000 Kcal verbruikt moet je dit kunnen aanvullen en dat red je niet met alleen een gelletje. Een bak koffie en een broodje in de vroege ochtend, had al veel gedaan, laat staan wat een stukje sinaasappel of handje pinda’s hadden betekend. Maar dit buiten beschouwing gelaten, en ervan uitgaande dat de organisatie dit bij de volgende editie oppakt,  is dit een fantastische uitdaging en echt een aanrader voor diegenen die niet bang zijn voor wat extremer werk. En Duo Stom en Eigenwijs is vooral trots…trots omdat we ondanks alle ontberingen op karakter zijn doorgelopen, de pijn, de ontberingen, de afstand maar vooral de duur negerend want het leek wel of er geen einde aan kwam. Daarnaast zijn wij voor minstens 1 jaar Nederlands recordhouder op de Dolomites Ultra Trail en die titel koesteren we. Dankzij mijn allerbeste loopmaatje heb ik mijn allermooiste medaille ooit omgehangen gekregen. De blaren worden al kleiner, de spierpijn is weg, de euforie zal langzamerhand verdwijnen, maar deze gaan we nooit vergeten!

Door Marcel Tunderman

Neem contact op

Verzenden..

© 2019 Trailrunning Europe - All rights reserved - Terms & conditions

or

Log in met je login gegevens

or    

Gegevens vergeten?

or

Create Account