De Leersumse Veld Ultra veranderde mijn blik op ultra’s

Annelieke Joosten Blog Dutch Ultra Series Trail Events
Over de auteur
Annelieke Joosten
Nadat haar eerste marathon in 2022 haar goed af ging stapte Annelieke over naar trailrunnen. Vanaf dat moment ontwikkelde ze een enorme passie die ze zelf niet had voorzien en haar steeds sterker maakt; fysiek, maar ook mentaal. Trailrunnen is voor haar een uitlaatklep geworden die haar controle teruggeeft over haar brein.

Op 25 oktober 2025 werd ik tweede vrouw op de Lage Vuursche Ultra; in 4 uur en 50 minuten kwam ik de finish over. Ik had nog nooit een marathon op de weg onder de vier uur gelopen, nu liep ik een PR op de marathon en op de 50. Dat smaakte naar meer! Ik schreef me direct in voor de Leersumse Veld Ultra op 31 januari 2026. Ging ik daar over mijn eigen PR heen, of had het leven andere plannen? Spoiler: het laatste is waar.

De chaos van het leven

Na die race van 25 oktober veranderde er ineens behoorlijk wat in mijn leven: mijn tijdelijke functie in loondienst eindigde en ik besloot me volledig te gaan focussen op mijn creatieve onderneming. Mijn verloofde (Wouter, ook ultraloper) en ik startten met het ombouwen van onze bestelbus tot camper én we begonnen een huizenzoektocht. Geheel tegen verwachting in werd ons eerste bod geaccepteerd. Een rollercoaster aan administratie en afspraken volgde. Voeg daar nog de feestdagen aan toe en dan is het plotsklaps ineens januari. Shit, nog maar een maand voor die ultra!

Harder, better, faster, stronger?

Alle ultrarunners hebben wel een gekke kronkel in hun hoofd. Dat moet wel, als je vrijwillig zulke enorme afstanden aflegt. Waarom willen we alsmaar verder, sterker, sneller, méér? Bij mij is dat een ongezonde hoeveelheid perfectionisme. Dat brengt me veel goeds, zoals discipline, maar het kost me ook veel: angst, stress, onzekerheid en waarschijnlijk tien jaar van mijn leven.

Het werd mij al snel duidelijk dat snelheid op die aankomende race niet haalbaar was. Mijn kritische inner voice bleef doorzeuren: ‘Smoesjes! Je kan best harder trainen!’ Helpt die stem mij verder? Of werkt ze me alleen maar tegen, omdat ze me harder pusht dan haalbaar is? De rest van mijn leven is mij ook dierbaar. Als je te hard rent, zou je de mooie momenten zomaar voorbij kunnen lopen.

Een week voor de race had ik helpende gedachten: ‘Wat als ik ultrarunning naast een prestatiedoel ook als een levensstijl ga zien?’ Wat als ik één of twee races per jaar helemaal tot het uiterste ga, en de rest van de events laat passen bij de rest van mijn leven?’

Ik twijfel enorm of het verstandig is om mee te doen

Mijn nieuwe doel

Met die gedachte werd mijn nieuwe doel helder: van ultrarunning een levensstijl maken. Concreet betekent dat het hele jaar door kilometers in de benen en uren maken in de sportschool, met periodes van meer focus en intensiteit voorafgaand aan een race. Toewijding aan de sport én aan mijn andere passies. Dat betekende ook dat ik bij races waar ik niet voor snelheid ga, fit over de finish moet komen. Op deze manier boog ik mijn perfectionisme om tot een handvat waar ik iets aan had: een nieuw doel dat goed was voor me, in plaats van destructief. Rustig aan doen dus, de Leersumse Veld Ultra. Ik was vooral benieuwd of ik die afstand zou trekken zonder überhaupt boven de 25 kilometer uit te komen in mijn training.

Rug recht

De laatste twee weken voor de race brengen me een nieuw obstakel: rugpijn en kniepijn. Een bekend probleem helaas; ik heb altijd al een holle rug gehad door de stand van mijn bekken. Als kind al sprak mijn vader, die orthopeed is, me streng toe: ‘Rug recht, Annelieke!’ Door die holle rug zijn mijn onderste buikspieren niet sterk genoeg, waardoor ik overcompenseer met andere spieren. Hierdoor heb ik al eerder een knie- en liesblessure opgelopen.

De avond van tevoren doet mijn rug veel pijn. Ik twijfel enorm of het verstandig is om mee te doen. Dus wat doe je dan, als bijna dertigjarige dochter? Dan bel je je vader. ‘Ik zeg het al lang hè, Anneliek, jij moet op cesartherapie!’ moppert hij liefdevol. ‘Ja, papa…’, mompel ik beduusd. ‘Maar wat kan ik nu het beste doen?’ ‘Luister heel goed naar je lijf. Stap uit als het meer pijn gaat doen dan het al deed. Maar het kan geen kwaad om mee te rennen als de pijn niet verergert.’ zei papa resoluut.

Dat stelt me gerust, en om 21:00 uur ’s avonds besluit ik om wel te starten. Cesartherapie om mijn houding en beweging te verbeteren kan op een later moment. Mijn eerder voorgenomen strategie blijkt nu extra belangrijk. Ik moet rustig aandoen, anders breng ik mijn lijf schade toe. Bewust bewegen, goed letten op mijn houding en romp-rotatie. Ik gooi een grote hoeveelheid net iets te heftige spaghetti aglio e olio en vegakip naar binnen, leg mijn spullen klaar en kruip rond 22:00 uur in mijn bed.

Tijd om te hollen!

De ochtend van de race staat de wekker om 6:00 uur. Ik heb goed geslapen, zoals eigenlijk altijd wel – mijn gemiddelde slaapscore is 82 – Garmin-bezitters weten wat ik bedoel. Voor de niet Garmin-bezitters, deze horloges houden je slaapscore bij op een schaal van 0 tot 100.

Om 7:15 uur rijden we weg. Hebben we er zin in?? Uh… Nee, nog niet. Ik ben er met mijn hoofd helemaal niet bij. Ik maak me toch weer zorgen om mijn rug, ik denk aan wat ik nog allemaal moet regelen voor de verhuizing en aan al het werk wat ik nog wil doen. Dat ik met andere dingen bezig was vanochtend blijkt als ik erachter kom dat mijn soft flasks nog op het aanrecht liggen. Gelukkig hebben we nog twee plastic flesjes in de auto liggen die in m’n vest passen.

Na het bekende riedeltje van omkleden, startbewijs halen, een toiletbezoek, tien minuten voor aanvang terugrennen naar de auto omdat ik iets ben vergeten, en weer terugrennen, staan we uiteindelijk net op tijd samen aan de start.

Na het praatje van de organisatie klinkt het aftellen, gevolgd door een knal, en dan mogen we. Wouter en ik hebben afgesproken om in principe samen te blijven. We starten in een rustig tempo, voor ons is dat rond de 6:00 min/km. Het eerste half uur is het nog druk op de trails. In het begin houdt iedereen nog netjes de takken opzij en waarschuwen ze hun achterliggers voor boomstronken. Na de tiende tak is iedereen daar wel klaar mee en moeten de lopers zelf maar alle obstakels overwinnen. ‘Parkour!’ roepen Wouter en ik vrolijk bij elke boomstronk waar we overheen springen.

We hebben geen haast, wat een heerlijk gevoel. Onderweg stoppen we af en toe om te eten of drinken, kleding aan of uit te doen of om naar een roofvogel te kijken. We kletsen wat met elkaar en met andere lopers en genieten van de omgeving. Het is een bewolkte, grijze dag. De enige kleur die eruit springt, is het felle groen van het mos. Dat vind ik zo leuk aan wintertrails; het mos is dan echt in volle glorie.

Hier achteraan is het een andere wereld

De zon schijnt in je hart

Na een uurtje of anderhalf begin ik mentaal al moe te worden. De extra aandacht die ik moet schenken aan mijn houding en looptechniek kost veel mentale energie. Gelukkig werpt dit wel z’n vruchten af, want hoewel ik last houd van mijn rug wordt de pijn niet erger. Halverwege het parcours begint Wouters achilleshiel – zijn maagdarmstelsels – ook van zich te laten horen. Al zou hij willen, een lekker tempo zit er niet in. Wat er ook niet meer in zit, is genoeg eten, want zijn maag heeft op de noodstop geduwd. Hij wordt er wat zwaarmoedig van en de lol is er wel vanaf.

Waar ik dacht dat ik vooral op hem zou steunen bij deze trail, is het nu voornamelijk andersom. Ondanks mijn vermoeidheid blijf ik goedgemutst. Wouters worsteling haalt mij uit mijn eigen hoofd; ik kan nu niet ook óók de pakken neer gaan zitten. Ik motiveer mijzelf en hem door te kletsen met andere lopers, grapjes te maken of Wouter aan te moedigen. ‘Vergeet niet dat de zon altijd schijnt in je hart, hè Wout’, zeg ik dan. ‘Jij bent de bom’, antwoordt Wouter met een klein glimlachje.

Zo tuffen we door. We komen door bossen van naald- en loofbomen, afgewisseld met zandvlaktes. Ons tempo vertraagt aanzienlijk en we komen terecht in de achterhoede. Ik vind het interessant om het contrast te merken met mijn vorige ultra, waar ik juist meer vooraan liep. Daar was de sfeer competitief en liep iedereen er zo fit als een hoentje bij. Horloges checken, tactisch inhalen, efficiënte bezoekjes aan de hulpposten. Hier achteraan is het een andere wereld. Zeker in de laatste tien, vijftien kilometers zie ik mensen met verbeten gezichten. Oordoppen in, ogen starend naar de grond, en doorstampen.

Het marathonpunt is altijd een mijlpaal. We vieren ‘m met een kleine ‘Woehoe!’, en gaan weer door. Mijn maag besluit dat het genoeg is geweest met al die zoete troep. Elke keer als ik een gelletje naar binnen slurp, belandt deze op de bosgrond. Goed, dan maar extra sportdrink en minihapjes van energierepen naar binnen proberen te werken. Mentaal voel ik dat ik nu echt aftakel, ik word chagrijnig en meer in mezelf gekeerd. Gelukkig zijn we er bijna.

Want was het leuk? Af en toe.

De echte overwinning

Waar de eerste vijf kilometer altijd voorbij vliegen, lijkt er aan de laatste vijf kilometer geen eind te komen. Gelukkig staan er best veel supporters in het laatste segment, dezelfde mensen die we al de hele race tegenkomen. Hun aanmoediging geeft altijd weer nieuwe energie om door te gaan, zo fijn! Na ruim zes uur komen we hand in hand de finish over. Deze keer ben ik extra trots op mijzelf en op ons. Want was het leuk? Af en toe. Maar zijn we doorgegaan? Ja!

De echte overwinning komt pas in de dagen na de race. Heb ik mijn doel bereikt – namelijk een ultra rennen in het midden van de grote chaos die het leven soms opgooit, zonder er naderhand helemaal af te liggen? En hoe gaat het met mijn rug de komende dagen?

Mentaal gezien heb ik een flinke optater gehad en ik hoef sociaal gezien even helemaal niks. Ik heb wat spierpijn, maar die verdwijnt snel in de dagen na de race. En mijn rug, geloof het of niet, voelt beter aan dan voor de race. Dinsdag merk ik haast niets meer aan mijn lijf. De brainfog blijft nog wel een weekje hangen, maar ook die trekt langzaam weg.

Wat een zegen dat mijn lijf en geest me over de trails meevoeren. Ultrarunning is een levensstijl die ik me steeds meer eigen maak en ik ben nieuwsgierig hoeveel ik er nog mag lopen in mijn leven.

See you on the trails!

 

 

 

 

 

 

Wil jij ook een ultra lopen en je grenzen verleggen?

Heeft Annelieke jou geïnspireerd om een ultra te lopen? Wij organiseren elke maand een ultra van 50 kilometer of langer.

Begin jouw avontuur als trailrunner op de mooiste paden van Nederland en loop in 2026 één of meerdere ultra’s van de Dutch Ultra Series!

Neem een kijkje op onze Trail Events kalender om te zien welke ultra binnen jouw planning past.

Trail Events kalender

Deel deze pagina: