De UHUT was mijn eerste ultra: vijftig kilometer over de Utrechtse Heuvelrug. In de aanloop ernaartoe had ik mijn kilometers opgebouwd, geoefend met voeding en gear, en uitgezocht wat voor mij werkte. Ik had me goed voorbereid, maar of dat genoeg zou zijn moest nog blijken.
Ik loop al jaren regelmatig hard, meestal in de duinen van Noord-Holland. Daar kun je echt even loskomen van je dagelijkse routine, en dat is voor mij een van de belangrijkste redenen om te lopen. Tot vorig jaar liep ik meestal afstanden van minder dan 20 kilometer, maar op een gegeven moment vroeg ik me af hoe het zou zijn om verder te gaan. Hoe ver zou ik kunnen komen, en waar zou ik mijn grens tegenkomen?
Daarom schreef ik mij in voor de Austerlitz Trail in februari, een trail van 32 kilometer over de Utrechtse Heuvelrug. Niet extreem veel verder dan ik al gewend was, maar het was wel mijn eerste georganiseerde trail event. De omgeving was anders dan de duinen: andere hoogtemeters, andere ondergrond, maar minstens zo mooi. De sfeer tijdens het event was super goed en motiverend, en dat smaakte zeker naar meer. Hier ontstond het idee om me in te schrijven voor de UHUT.
Zo ontdekte ik wat voor mij werkte en wat ik beter kon laten
Vanaf dat moment ging ik verder bouwen aan mijn training. Ik maakte mijn eigen schema, waarin ik mijn wekelijkse kilometers langzaam opvoerde. Ik liep vier keer per week, doordeweeks op de baan en in het weekend langere trails. Daarnaast deed ik wekelijks krachttraining om mijn core en heupen sterker te maken. Bij langere runs merk ik altijd dat die het eerst beginnen te zeuren.
Tijdens de trainingen testte ik voeding en mijn gear. Zo ontdekte ik wat voor mij werkte en wat ik beter kon laten. Mijn laatste lange trainingsloop was de Culitrail van Trail Running, drie weken voor de UHUT. Het was begin mei, ruim 25 graden en met een felle zon. Ik had het flink zwaar vanwege de hitte en ik ging ervan uit dat het eind mei alleen nog maar warmer zou worden. Maar ik kwam nergens in de problemen, en dat gaf vertrouwen: mijn voeding, gear en vochtinname zaten goed. Toch bleef ik een beetje bezorgd, hopend dat het eind mei niet opnieuw zo heet zou worden.
Op de dag zelf bleek het weer toch anders dan verwacht. Het regende al toen ik in de auto stapte, en door file kwam ik pas vlak voor de start aan. Toen ik uitstapte voelde het fris en nat, maar niet echt koud. Toch begon ik te twijfelen. Je weet dat je 50 kilometer voor de boeg hebt en grotendeels zelfvoorzienend moet zijn. Wat neem je mee, wat laat je achter? Doe ik voor de zekerheid nog een extra laagje aan? Er waren nog maar een paar minuten tot de start, en ik moest snel een beslissing nemen. Uiteindelijk besloot ik zo min mogelijk mee te nemen, ervan uitgaande dat het onderweg wel goed zou komen. Tijdens mijn trainingen had ik tenslotte ook niet veel nodig gehad.

Vervolgens haalde ik snel mijn startnummer en tracker op, liep naar een tafeltje om mijn nummer op te spelden en wat laatste spullen in mijn trailvest te stoppen. In de haast lette ik nauwelijks op waar ik de tracker precies liet. We moesten al bijna van start en de briefing bij de startlijn was al begonnen. Ik liep er snel naartoe en voegde me bij de groep. Ik was nog zo op tijd vertrokken maar stond hier toch te haasten en te klunzen door die file, totaal geen relaxte start! Terwijl ik mijn veters nog snel strikte liep iedereen naar het startpunt en hoorde ik: “over vijf seconden gaan de trackers aan.” En toen sloeg de twijfel toe: waar was dat ding eigenlijk gebleven? Had ik hem op tafel laten liggen?
Iedereen begon al te lopen terwijl ik mijn vest controleerde. Gelukkig zat hij er gewoon in. Maar de ontspannen start waarop ik gehoopt had, was ver te zoeken. Ik ging snel achter de rest aan om aan mijn eerste ultra te beginnen. Wat een begin! De eerste kilometers waren pittig, we moesten door flink wat los zand en ik voelde mijn kuiten meteen. Het duurde even voordat ik er een beetje in begon te komen.
Na de rommelige start en de eerste kilometers kwam ik in een lekker ritme. Het regende de hele middag, maar het voelde als perfect loopweer. Veel prettiger dan die hitte van drie weken eerder. De omgeving was ook prachtig bij deze omstandigheden.
Wat ik onderweg het leukst vond, waren de momenten die ik met anderen liep. Sommigen liepen net als ik de 50 kilometer, anderen waren bezig met de 75 of zelfs de 100. Soms liep ik een paar kilometer met iemand mee, maakten we een praatje of wisselden we kort iets uit over hoe het ging. Andere keren liep ik gewoon een tijdje naast iemand zonder iets te zeggen. Iedereen had zijn eigen tempo, maar op die momenten voelde het toch alsof ik niet alleen was. Het haalde me even uit m’n hoofd en maakte het lopen net wat lichter.
De verzorgingsposten waren telkens een mooi gezicht: midden in het bos duikt ineens een partytent op, met daaromheen een groepje verregende lopers. En dan die vrijwilligers die daar stonden om ons te helpen. Ze vroegen hoe het ging, maakten een praatje en hielden de sfeer erin. Als je bedenkt dat zij daar de hele dag staan zodat wij dit kunnen doen, dan is dat heel bijzonder.

Wat onderweg veel verschil maakte, was dat ik in mijn trainingen had uitgezocht wat voor mij werkt
Tussen kilometer 37 en 44 had ik het even zwaarder. Mijn benen hielden het goed, maar mentaal werd het lastiger. Ik had er al veel opzitten, maar er lag ook nog steeds een flink stuk voor me waar ik toch tegenop ging zien.
Wat onderweg veel verschil maakte, was dat ik in mijn trainingen had uitgezocht wat voor mij werkt. Ik had niet alleen getraind op afstand of tempo, maar ook met voeding, gear en hoe ik omga met momenten waarop het tegenzit. Als ik iets zou meegeven aan anderen die hun eerste ultra willen lopen, is het om de voorbereiding niet alleen richten op het lopen zelf, maar juist ook al die andere dingen. Er gaan altijd dingen anders dan gepland en als je een beetje weet wat je nodig hebt, hoef je op de dag zelf niet alles nog uit te denken.
Bij de finish zag ik weer een paar lopers die ik onderweg al was tegengekomen. Mensen met wie ik kort had gepraat of een stukje samen had gelopen. Leuk om elkaar daar nog even te zien, en mooi dat het iedereen gelukt is. De laatste kilometers waren pittig, maar dat gevoel verdwijnt bijna meteen zodra je stopt. Wat overblijft, is vooral trots. De afstand leek vooraf enorm, maar stap voor stap bleek het toch goed te doen. Het ene moment kun je je niet voorstellen dat je ooit zo ver zou kunnen lopen, en het volgende heb je het gewoon gedaan. En dan heb je die 50 kilometer in de benen, en kun je je weer niets voorstellen bij de 75 of 100 waar anderen mee bezig zijn. Maar ja, wat je je het ene moment niet kunt voorstellen…
Ben je geraakt door het verhaal van Rutger en denk je: dat wil ik ook? Elk laatste weekend van de maand organiseren wij een ultra van 50 kilometer of meer – speciaal voor avontuurlijke lopers zoals jij.
Begin jouw ultra-avontuur op de mooiste trails van Nederland. Wie weet sta jij in 2025 aan de start van je allereerste ultra!
Neem een kijkje op onze Trail Events kalender om te zien welke ultra binnen jouw planning past.
Met behulp van cookies kunnen we analyses maken en jouw ervaring op onze website verbeteren, lees meer. Ik snap het