Als marathonsensatie Nienke Brinkman (1993) over de bergen begint te vertellen, verschijnt er een grote glimlach op haar gezicht. Het is alsof ze er dieper kan ademhalen, omdat de lucht er frisser is. Hoog boven de rest van de wereld lukt het haar het best zich te ontspannen. Het repetitieve van het dagelijks leven los te laten. “Zodra ik omhoog begin te lopen, word ik rustig”, vertelt ze vanuit de trein onderweg naar haar woonplaats Zürich, na een lange dag trainen op de racefiets in de Zwitserse Alpen. Ze is een weekend wezen fietsen met haar vriend Lars, bij Lugano, waar het weer een stuk beter was. Volop genoot ze. De bergen vervelen haar nooit. “Dan kan ik echt denken; waar heb ik nou al die tijd over zitten stressen?”
Een wandeling, en fietstocht of een hardlooptraining door de bergen noemt ze tijdens een driedelig telefonisch interview consequent “een microvakantie”; als ze ervan terugkeert heeft ze het gevoel dat ze er even helemaal uit is geweest. Dat kan al na een paar uur, ze hoeft er geen werkdag op een zadel voor te zitten. Waarom precies zegt ze aanvankelijk niet goed uit te kunnen leggen. Maar na aandringen vertelt ze over haar mooiste herinneringen. En die liggen bijna allemaal in de bergen.
Eerst gaat ze terug naar haar kinderjaren. Het gezin Brinkman – drie dochters, Nienke is de middelste – maakte eindeloze wandelingen door de natuur. In Scandinavië, Spanje, Italië. “Ik was nogal een energiek kind”, zegt ze. “Ik moest van mijn moeder altijd een extra blokje om gaan rennen. En als ik bergen zag, dan wilde ik graag als eerste op de top zijn. Ik kón het niet rustig aan doen. Geen idee waarom. Dat zit er gewoon in. Als ik nu met vrienden ga wandelen, heb ik dat nog steeds. Ik kan het ook goed. Dat zal ook wel meespelen.”
Een wandeling, en fietstocht of een hardlooptraining door de bergen noemt ze consequent “een microvakantie
Nienke Brinkman wordt op 28 oktober 1993 geboren in Jakarta, Indonesië. Haar vader werkt bij Deltares, een kennisinstituut op het gebied van watermanagement, en woont daar het grootste deel van het jaar. Haar moeder vestigt zich er ook tijdelijk, samen met de oudste dochter. Als Nienke drie maanden oud is, keert zij terug naar Nederland, waar twee jaar later een derde dochter wordt geboren. Alle drie sportfanaten, zegt Nienke. Hockey, en niet onverdienstelijk ook. Nienke schopt het tot de overgangsklasse en wil voor het hoogst haalbare gaan, maar blijkt uiteindelijk niet goed genoeg. Ze denkt dan nog dat een topsportcarrière niet voor haar is weggelegd.
Op haar zestiende gaat ze samen met haar jongere zusje en haar moeder een jaar in Indonesië wonen, bij haar vader. Op een internationale school leert ze fatsoenlijk Engels te spreken – lachend: “in het begin was het zo slecht dat ik een hulpje nodig had” – en in haar vrije tijd reist ze met het gezin over de archipel. Het is opnieuw tijdens lange wandelingen dat ze door de natuur gefascineerd raakt. Dit keer zijn het vulkanen die haar interesse wekken, ook omdat ze er op school veel over leert. “Dat was wel even wat anders dan de lessen aardrijkskunde die ik in Nederland kreeg”.
Ze begint te lezen over de enorme uitbarsting van de Krakatau in 1883, die gepaard ging met een explosie die zes keer krachtiger was dan de zwaarste kernbom ooit. Tsunamigolven gingen meerdere keren de wereld rond en bijna veertigduizend mensen lieten het leven. Ze denkt dat daar haar liefde voor de fysische geologie moet zijn ontstaan, een studierichting die gericht is op processen die de aardkorst veranderen. Terug in Nederland maakt ze eerst haar vwo af en begint dan zonder aarzelen aan een bachelor aardwetenschappen in Amsterdam. Daarna stapt ze over naar de geofysica. Ze studeert afwisselend in Delft, Aken en Zürich. Het hoeft niet te verbazen dat ze in Zwitserland besluit haar thesis te schrijven. “Ik bedoel; ik heb echt wel hard gestudeerd, hoor. Maar elk weekend moest en zou ik gaan wandelen. Een nieuwe berg ontdekken.”
Hockeyen doet ze in Zwitserland op zeer laag niveau. Als ze van de training terugkomt, loopt of fietst ze nog een ronde om haar energie kwijt te raken. Daar vraagt de omgeving ook om. “Eigenlijk sportte ik elke dag wel”, vertelt ze. “In de gym deed ik zo nu en dan een vijf kilometer op de loopband. Niets bijzonders.” Met haar studiegenoten loopt ze regelmatig langs het Meer van Zürich. Haar doel is steevast om bij de jongens te blijven. En dat gaat haar stiekem gemakkelijk af.
In de zomer van 2019 schrijft ze zich daarom “voor de lol” in voor de Zermatt Marathon, een wedstrijd bij haar om de hoek over de klassieke marathonafstand maar met bijna tweeduizend hoogtemeters. Haar voorbereiding mag eigenlijk geen naam hebben. “Ik had het veel te druk met mijn werk”, vertelt ze.
In die periode begint ze aan een traject om te promoveren. Ze doet in Zürich onderzoek naar aardbevingen. Niet op aarde maar op mars, in samenwerking met de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Dus van trainen komt het niet veel. “Ik heb misschien twee weken gericht getraind. Daarom wilde ik eigenlijk voor de halve afstand gaan, maar die was al uitverkocht. Toen bleef de hele alleen nog over. Ik werd zesde. Dat was ook voor mij bizar.”
Met haar eerste trail ooit wint ze 100 Zwitserse franc én ze krijgt een startbewijs voor de wedstrijd een jaar erop. Maar die gaat niet door. Het coronavirus is uitgebroken en de wedstrijdsport ligt wereldwijd maandenlang stil. Als ze dat ticket een jaar later alsnog verzilvert, wint ze de Zermatt Marathon, in een nieuw parcoursrecord, ruim veertig minuten sneller dan twee jaar daarvoor. Dit keer heeft ze samen met een coach wel serieus getraind, en draagt ze speciale trailschoenen, zodat ze grip heeft in de modder.
Toeschouwers weten niet wat ze zien, de organisatie evenmin. Bijna niemand heeft nog van deze getalenteerde vrouw gehoord. En nu loopt ze ineens de sterren van de hemel. “Zermatt past echt goed bij mij, want het is eigenlijk vooral omhoog lopen”, zegt ze, nog altijd boemelend richting Zürich, een lange treinrit. “Eerst een stuk asfalt, dat is relatief makkelijk, en dan loop je tegen een soort skipiste op. Er komt weinig techniek bij kijken. Afdalingen zijn wel echt mijn zwakkere punt. Maar mijn motoriek is door het hockeyen denk ik toch prima geworden.”
Na haar stormachtige entree in de wereld van de trailsport wordt ze per e-mail uitgenodigd door een van de organisatoren van de volgende race in de Golden Trail Series. Dat zijn zes internationale trails waar ook de wereldtop aan de start staat. Hij vraagt Nienke nauwelijks vier weken na Zermatt mee te doen aan Sierre-Zinal, een trail van iets meer dan 30 kilometer en ruim tweeduizend hoogtemeters. Bij de mannen wint de legendarische trailer Kilian Jornet. Dat hij meedoet, zegt iets over de statuur van de wedstrijd. En Nienke Frederieke Brinkman, een jongedame uit het vlakke Nederland die zich eigenlijk aan het voorbereiden was op haar eerste marathon, die van Amsterdam, wordt tweede bij de vrouwen. “Ik begreep zelf ook niet goed hoe ik voor elkaar had gekregen”, zegt ze. “Kijk, ik wist dat ik best goed kon hardlopen, maar ik had geen idee hoe ver ik van de top zat. Nou, niet ver dus. Ik was net zo verbaasd als de rest. En het deed me veel.”
Door die tweede plaats dingt ze ook ineens mee om de eindwinst van de Golden Trail Series 2021, maar daarvoor moet ze wel aan drie van de zes races meedoen. Aan aangezien Sierre-Zinal al de vierde wedstrijd is, moet ze de twee laatste trails ook lopen. Haar debuut in Amsterdam, de stad waar ze haar bachelor deed, laat ze met pijn in haar hart schieten, maar het is niet voor niets. In september, twee maanden na haar doorbraak, wint ze achtereenvolgens de Chiemgau Trail in Duitsland (ruim vier uur wedstrijd) en in Frankrijk La Skyrhune, met bijna tien minuten voorsprong en beide in een nieuw parcoursrecord. Daardoor plaatst ze zich voor de grote finale op het Canarische eiland El Hierro, waar ze tweede wordt. Let wel; dit is haar eerste seizoen als trailloopster. En tegelijkertijd is ze bezig te promoveren.
Na de wedstrijd op El Hierro vliegen de aanbiedingen van grote trailteams haar om de oren. “Ik was kennelijk ineens een ‘item’ in de sport of zo.” Ze kiest uiteindelijk voor het Nike Trail Running Team, ook omdat dat merk haar dan kan ondersteunen richting dat andere, prangende doel; een goede marathon lopen. “Dat wilde ik namelijk ook nog effe doen”, zegt ze. Als inmiddels genoegzaam bekend loopt Nienke Brinkman tijdens de marathon van Valencia, haar debuut, dat najaar met 2.26.34 uur de derde marathontijd door een Nederlandse vrouw ooit gelopen. Als gevolg daarvan sluit ze zich aan bij het NN Running Team van atletenmanager Jos Hermens. Nu heeft ze twee contracten; een voor het lopen op de weg én een voor het trailen.
Een paar maanden later gaat ze bij de Rotterdam Marathon nog veel sneller. Met haar 2.22.51 uur loopt ze een bijna twintig jaar oud Nederlands record uit de boeken. Vanaf dat moment zet ze haar promotieonderzoek in Zürich op een lager pitje. De combinatie werken en trainen wordt te veel. De resultaten mogen er zijn: ze pakt eerst EK-brons op de marathon in München en wint amper een paar weken later prestigieuze trails in Spaans Baskenland, de VS en een etapperace op het Portugese eiland Madeira. Die laatste wedstrijden loopt ze met een gebroken hand, opgelopen tijdens een onhandige valpartij tijdens het trailen. Haar rechteronderarm zit in het oranje gips. “Maar het was een mooie breuk, dus ik had geen pijn.”
Misschien ben ik onbewust wel te veel gaan trainen om die leegte op te vullen.
Ogenschijnlijk gaat het haar gemakkelijk af. Maar ook Nienke Brinkman ziet wel eens af. “Vooral in de wedstrijd naar Pikes Peak, in Amerika, had ik het erg zwaar”, zegt ze. “Je loopt dan van 1.800 meter naar zo’n 3.000 meter hoogte. Het was maar een halve marathon, maar aan de finish had ik veel last van hoogteziekte. Ik was verward, misselijk, duizelig. Het had alles te maken met mijn onervarenheid. Ik kwam van zeeniveau, zonder te acclimatiseren. Dan vraag je erom.”
Evengoed kroont ze zich als eerste Nederlander ooit tot eindwinnaar van de Golden Trail Series. Ze geniet van de “geweldige” landschappen op Madeira en Colorado. En van de sfeer in de wereld van het trailen. “In de trailsport maak je snel vrienden. Je bent met elkaar op pad en tussen de wedstrijden door is er alle tijd om nieuwe mensen te leren kennen. Dat is bij de marathon minder. Daar gaat het echt vooral om de performance. En minder om het feestje na afloop.”
Ze wil er niet mee zeggen dat het er in de trailwereld minder professioneel aan toe gaat, integendeel. “Maar de marathonloper en de trailer zijn wel echt twee totaal verschillende types”, zegt ze. “Ik voel me prettig in beide werelden. De combinatie werkt voor mij heel goed. Als er een belangrijke marathon aan zit te komen, doe ik trainingen van maximaal 40 kilometer, op de weg en in de bergen. Door die afwisseling wordt het niet snel saai. Het mooie aan een marathon is het vlakke lopen, op tijd. Zodra ik dan weer switch naar het trailen, mag ik die tijd loslaten. Dat is ook heel lekker.”
Eind 2022 promoveert ze met haar onderzoek naar marsbevingen. Ze slaagt er op basis van een meetstation van NASA in om van vier bevingen, die anders dan op aarde niet door het verschuiven van platen worden veroorzaakt, het type te achterhalen. Vanaf dat moment gaat ze als fulltime atleet door het leven. “Werken kon altijd nog”, zegt ze. “Ik wist dat ik spijt zou krijgen als ik dit niet zou proberen. Dit was een ultieme kans.”
In het voorjaar van 2023 doet ze opnieuw van zich spreken door bij de Boston Marathon de olympische limiet voor Parijs te lopen. Nog diezelfde dag krijgt ze een mail van de Nederlandse Atletiekunie waarin dat bevestigd wordt. Het wordt in Nederland groot nieuws als niet veel later blijkt dat het om een vergissing gaat. Het parcours in Boston loopt lichtjes bergaf en bovendien liggen de start en finish verder uit elkaar dan toegestaan bij een limietpoging. Daar had de Atletiekunie even niet goed naar gekeken. In de media wordt schande gesproken van zo’n blunder, maar Nienke zit er zelf helemaal niet mee. “Ik had nooit als doel om in Boston de limiet te lopen”, zegt ze. “Als ik dat echt van plan was, had ik natuurlijk vooraf goed uitgezocht hoe het zit met die regels. Het idee was: Boston loop ik voor de ervaring, Amsterdam, een half jaar later, voor de limiet. Alleen moet je dan wel heel blijven. Dat is niet gelukt. Een heel nieuwe dimensie voor mij.”
Vroeger, als meisje, droomde ze ervan om als hockeyster naar de Olympische Spelen te gaan. Nu weet ze dat ze dat zou moeten kunnen als marathonloopster. Ze moet er bij een geschikte stadsmarathon nog eens 2.26 uur voor lopen, iets wat er op basis van het verleden zeker in zou moeten zitten. Maar haar revalidatie gaat met ups en downs.
Als ze denkt dat ze er bijna is en weer wat meer kan gaan lopen, geeft haar lichaam het signaal dat ze kalmer aan moet doen. Dan springt ze op haar racefiets, en probeert ze op die manier haar marathontrainingen te volbrengen. Als ze zo de olympische limiet weet te lopen, dan heeft ze haar eigen baanbrekende voorbereiding ontdekt. Met meer fietsen dan lopen. “Ik heb er eigenlijk best een goed gevoel over”, zegt ze. “En weet je; als het niet lukt, dan is het ook niet erg. Ik ga vooral niets riskeren, want ik wil nog veel meer uit deze carrière halen. Bovendien: ik geniet elke dag. En als het wel lukt op deze manier, dan werpt het nieuw licht op hoe je je kunt voorbereiden op de marathon.”
De Golden Trail Series vindt ze schitterend, want ze komt op de mooiste plekken ter wereld. Die wil ze blijven lopen. Ze wil ook heel graag meerdere World Major Marathons doen, een serie van de grootste stadsmarathons ter wereld, waaronder die van New York. Ze is pas 30, nog relatief jong voor een marathon- en trailloper. “Ik wil me eigenlijk niet te veel op een programma vastpinnen en bekijk het dag bij dag. Gewoon lopen waar het me mooi lijkt. Trailen kan ik denk ik nog heel lang blijven doen.”
Ze speelt soms met de gedachten om ooit de wereld van het ultratrailen te gaan verkennen. “Als ik merk dat mijn snelheid op de marathon achteruitgaat, kan ik die overstap maken.” De wedstrijden die ze nu loopt, zijn niet langer dan 50 kilometer. Wedstrijden over 100 mijl, 160 kilometer, ziet ze op den duur best zitten. “Maar wat me bij het ultralopen tegen zou gaan staan, is het niet slapen. Dat lijkt me echt helemaal niets. Ik ben er nu trots op dat ik vier uur lang zo gefocust kan blijven. Of ik verder kan, weet ik niet.”
“Huh, ben ik echt vanochtend pas weggegaan?
Ze moet zich eerst blijven richten op haar herstel, en mogelijk op de olympische marathon van Parijs. Daarna gaat ze weer volop trailen. Hoe dan ook; ze zal zich vaak op de fiets klaarstomen. En dat vindt ze heerlijk. Vanaf haar huis in Zürich is het nauwelijks 15 kilometer omhoog naar de top van de Albispas, een col van nog geen 800 meter hoogte. “Dat is altijd de opener van mijn trainingen”, vertelt ze. Vanaf daar trekt ze verder de Zwitserse Alpen in, soms met haar vriend Lars, soms alleen. Dan zet ze een audioboek op of luistert ze naar een podcast – de Greg Bennett Show bijvoorbeeld, over duurtraining en triatlon. Vanaf daar gaat ze soms richting de Pragelpas, voor een tocht van 160 kilometer. In de bergen, waar ze het allerliefst is. Aan het eind van de dag denkt ze vaak: “Huh, ben ik echt vanochtend pas weggegaan? Dat bedoel ik nou met een microvakantie. En dat vind ik echt prachtig.”
Tekst: Dennis Boxhoorn
Beeld: Gijs Ferkranus
Dan hebben we goed nieuws: er is meer! Bij Trailrunning Magazine werken we het hele jaar door met een gepassioneerd team aan een magazine dat verder gaat dan alleen verhalen. We brengen het échte trailgevoel tot leven – in woord en beeld.
In elk nummer vind je verspreid over 100+ pagina’s interviews met opvallende lopers, achtergrondverhalen over unieke trails, trainingstips, materiaaltests en schitterende fotografie die je meteen naar de natuur doet verlangen.
Benieuwd? Neem een kijkje op de website van Trailrunning Magazine voor meer informatie over het huidige magazine en bekijk impressies van vorige edities.
Met behulp van cookies kunnen we analyses maken en jouw ervaring op onze website verbeteren, lees meer. Ik snap het