Met de Alpen-gedachte richting Noorwegen
Het was ergens in 2022 dat ik voor het eerst bekend werd met het bestaan van de Oslo Bergen Trail. Ondanks dat het een teamrace-opzet kende had ik dit event toch ergens opgeschreven op de bucketlist. Toen bekend werd dat het in 2025 de opzet zou veranderen en ik na 3 jaren Aosta vallei ook wel een keer iets anders wilde proberen was de keuze snel gemaakt.
De eerste plannen voor het organiseren van dit event stammen uit 2016. Een groepje fanatiekelingen met een hart voor de natuur en (lange afstanden) hiken en hardlopen hebben destijds de koppen bij elkaar gestoken en gedurende 5 jaar een route proberen te ontwikkelen om van Oslo in Bergen te geraken. Deze organisatie noemt zich gekscherend Langt og Lenge, vrij vertaald: Lang en ver.
De route die hieruit is voortgekomen is nu de basis voor dit event. Een gedeelte van de route is gemarkeerd (al dan niet over een zichtbaar/aanwezig pad) en onderdeel van de DNT (Den Norske Turistforening, beter bekend als The Norwegian Trekking Association). Naast het gemarkeerde gedeelte is er ook zeker een gedeelte ongemarkeerd en ben je aangewezen op eigen navigatie.
In 2021 was de eerste editie. Deelnemers mochten zich inschrijven als team van 2 of 3 personen om de ruim 500 kilometer met ca. 18000 hoogtemeters lange route af te leggen. Op de verplichte paklijst was o.a. een tent, slaapzak, kookgerei te vinden. Met in totaal vier checkpoints op de hele route en zeker in de eerste helft nauwelijks trekkershutten was dit met recht een autonoom event te noemen. Bij de eerste editie bereikten ca. 20% van de deelnemers de finish.
De tweede editie in 2023 was hetzelfde in opzet. Echter, deze editie kende meer vrijwilligers dan deelnemers. Het uitsterven van het event leek een garantie, tot men voor de 2025 editie de opzet veranderde. Er kwamen verschillende afstanden om te lopen (37km, 130km, 300km, allemaal individueel) en bovendien werd het mogelijk om de uitdaging van de 500km route zowel als team, maar ook als individu aan te gaan. Het aantal checkpoints werd opgeschroefd naar acht en daardoor werden de tent en het kookgerei van de verplichte paklijst geschrapt.
Deze nieuwe, herziende opzet heeft een veel breder publiek aangesproken en het totaal aantal inschrijvingen (solo en team) kwam daarmee in 2025 op 170 voor de langste afstand.
Gaandeweg kom ik steeds meer in mijn eigen bubbel terecht en merk dat het afwisselen van wandelen en hardlopen mijn lichaam goed heeft gedaan
De hoogte van de route varieert van zeeniveau tot ca. 1600m boven zeeniveau. Anders dan in de Alpen is acclimatiseren dus zeker niet nodig. Bovendien, ik heb geen oneindige hoeveelheid vrije dagen en was ca. 36 uur voor aanvang aanwezig in het hotel vanwaar ook het event start. Hier vindt ook het uitreiken van het startnummer en de controle van de verplichte bepakking plaats.
Wanneer de verplichte race briefing start zijn links en rechts toch wel wat gespannen gezichten te zien. Dat gevoel heb ik zelf eigenlijk nog niet, ik denk dat ik er klaar voor ben en heb er bovendien heel veel zin in! Gaandeweg de briefing wordt er toch wel heel veel nadruk gelegd op de natte omstandigheden op de route en dat eerdere deelnemers zelfs tussen de 20 en 30 paar sokken hebben verbruikt. Daar merk ik bij mezelf de eerste kriebels: Heb ik de omstandigheden zo onderschat?! Hoe dan ook, er is geen weg terug en enkel de mogelijkheid om te accepteren wat er gaat komen. Wel wordt er nog even medegedeeld dat er per checkpoint (slechts) één portie warme maaltijd per deelnemer te verkrijgen is. Dit onder de noemer logistieke uitdagingen in de afgelegen gebieden waarin we ons bevinden. Ergens ben ik nu al blij dat ik gevriesdroogde maaltijden in mijn dropbag heb gestopt. Overigens ook het verzoek om als het even kan bij het uitstappen van het event jezelf naar een locatie te verplaatsen waar het voor de organisatie makkelijk is om je van verdere hulp/transport te voorzien. Ik heb er mijn eigen gedachten bij en verplaats me na de briefing naar het gezamenlijke ‘sportbuffet’.
De start is op donderdag 3 juli om 8.00u in regenachtige omstandigheden. Volgens de voorspellingen zullen deze van korte duur zijn en daarna wordt het droog en relatief warm. Het valt me op dat een aantal deelnemers echt uit de startblokken schiet. Met een fysiek prima voorbereiding heb ik alsnog maar één doel: Zoveel mogelijk genieten en als het me gegund is ergens volgende week in Bergen arriveren. Deze insteek had me in mei/juni tijdens achtereenvolgens de Koning van Spanje 101k, de UHUT 75k en Ohm trail 55k al zoveel meer plezier gegeven in het lopen dat ik ervan overtuigd was dat ik deze benadering ook hier moest toepassen.
De route tot aan het 1e checkpoint is ruim 100 kilometer (Oslo – Noresund). In Noresund is ook de dropbag beschikbaar. De route leidt door bosrijk gebied en vaak nog over relatief brede en/of makkelijk begaanbare paden. Mijn eigen enthousiasme is ook merkbaar, de meeste klimmetjes blijf ik stug door dribbelen. Het zorgt er ook voor dat ik binnen de kortste keren urenlang alleen loop. Dat dit zou gaan gebeuren was natuurlijk te verwachten, maar dit was al wel heel snel.
Toch probeer ik in deze relatief eenvoudige 1e etappe wat marge te creëren op de cut-off tijden. Die eisen ca. 65-70 km per 24 uur tot ongeveer driekwart van de route. We keren op ca. 40km van dit gedeelte terug in bewoond gebied, maar dit is de enige keer. Daarr ook een supermarkt beschikbaar waarvan ik dankbaar gebruik maak. Het wordt één banaan, ijs en energiedrank. Ik heb van die laatste eerst nog de suikervrije variant in de hand en schiet hier spontaan van in de lach. Relatief snel vervolg ik weer mijn weg.
Wanneer het wat warmer is in de middag ga ik toch wat temporiseren door wat vaker hardlopen met snelwandelen af te wisselen. In dit stadium goed (kunnen) blijven eten en drinken is cruciaal. Bovendien begint de race pas echt na zo’n 300km. Ook zorgt het voor een andere belasting op schouders en rug. Hoewel ik enorm lichtgewicht materiaal mee heb zit ik maximaal toch rond de 6.5 – 7kg materiaal, eten en drinken. Ik heb geleerd uit het verleden om zwaardere en weinig gebruikte materialen niet onderin mijn racevest te plaatsen, maar juist in het midden op de rug. Overigens heb ik gebruik gemaakt van de Rab Veil 30L. Naast de enorme inhoud heeft deze een lage ‘riem’ beschikbaar zoals je ze ook bij backpack rugzakken ziet. Over het algemeen lag het racevest enorm stil en stabiel waardoor er geen schuurplekken op rug of schouders ontwikkelden.
Gaandeweg kom ik steeds meer in mijn eigen bubbel terecht en merk dat het afwisselen van wandelen en hardlopen mijn lichaam goed heeft gedaan. Ik kom bij een groepje van 4 terecht waar ik o.a. Kevin Sneijders tref. Een gelauterde Belgische ultraloper die vertelt volgende week vrijdag het vliegtuig terug te hebben geboekt. Er moest dus enigszins doorgelopen worden. Bovendien leuk en fijn om toch even wat Nederlands/Vlaams te kunnen kletsen. Kevin zal ik in het vervolg op alle checkpoints (CP’s) tegenkomen, iets wat echt prettig was voor de gemoedstoestand.
Hoewel we hier en daar al wat natte passages hebben gehad is het toetje voor de laatste kilometers van dit stuk bewaard. De hoop om straks enigszins droge schoenen in de dropbag te kunnen stoppen valt letterlijk in het water. Soppend door het veld lukt het nog net om voor het checkpoint het ergste water eruit te lopen. Het is dan ca. 23.30u, 15.5 uur in de race. Exact waar ik op hoopte en met de gedachte om dag/nacht ritme aan te houden probeer ik hier na flink wat te eten en een frisse douche ook even te gaan slapen. De adrenaline spuit nog door mijn lichaam en bovendien wordt er in de kamer een bos omgezaagd dus ik moet genoegen nemen met 30 minuutjes ‘slaap’. Iets is beter dan niets! Ik warm een vriesdroogmaaltijd op met kokend water en pak mijn spullen alvorens rond 2.30u de nacht te vervolgen.
Hoewel ik uit mijn bubbel getrokken word doet het me ergens toch goed, want dan weet ik tenminste dat ik nog scherp ben en me druk kan maken om onbelangrijke dingen.
Vanuit Noresund zet ik koers richting Flatvollen (143km, geen dropbag) en daarna Vasstulan (196km, dropbag). Het eerste stuk trekt door een skiresort en de paden zijn breed en eenvoudig. De temperatuur ligt rond het vriespunt dus het is wel serieus fris, zeker in de wind. Een 24/7 supermarkt na zo’n ca. 125km is een mooi moment voor een ontbijt. Hier tref ik Fredrik. Hij maakt gebruik van hetzelfde coachingsplatform als ikzelf en is met een stevig tempo gestart. Ook is hij langer dan gehoopt op CP1 verbleven. Hij vertelt me dat zijn voetzolen in puin liggen en besluit terug te keren naar CP1. Ook tref ik hier Thomas en Gro (finisht uiteindelijk als 1e dame). Ik had al even met hun gebabbeld na ca. 20km en herkende ze van wat video’s op YouTube. Van het weinige beeldmateriaal dat er beschikbaar is van deze race hebben zij wat video’s gemaakt over hun teamrace in 2021. Achteraf betwijfel ik of dit echt een goed beeld heeft gegeven haha. Vooral Thomas heeft me gaandeweg erg nuttige informatie gegeven over de nog te nemen hordes.
In de loop van de ochtend word ik overvallen door vermoeidheid. Ik parkeer me uit de wind achter een rots en besluit 20 minuten de ogen te sluiten. Het is zo ontzettend belangrijk om tijdens zo’n meerdaagse inspanning lichaam en geest af en toe te resetten. Een kort slaapje werkt vaak prima. De vegetatie in dit deel is niet hartverwarmend. Het bosrijke gebied ligt achter me en steeds meer kom ik op ‘paden’ welke overwoekerd zijn door struiken met een buitengewoon hoog houtgehalte. Hier met blote onderbenen doorheen trekken zorgt voor fysiek ongemak en ik besluit dan ook om mijn regenbroek aan te doen. Het is niet het gedeelte waar ik me heel best voel. Ik kan het niet helemaal duiden waar het aan ligt, maar ben bijzonder blij als ik bij CP2 arriveer. Hier geldt de één warme maaltijd per persoon gelukkig niet en ik schuif een paar borden stoofpot met rijst naar binnen. Ik heb ook gemerkt dat door de lage hartslag ik sneller dan gedacht alles kan gaan eten dus ik doe me ook tegoed aan fruit, brood, chocolade, gummiesnoepjes, etc., etc. Ook hier besluit ik weer te gaan slapen. Het gaat iets beter, maar meer dan één uur van de wereld lukt helaas niet.

De vrijwilligers zijn weer super behulpzaam en met een soort wierook proberen ze de muggen van me weg te houden als ik me klaarmaak voor het volgende deel. Bij navraag naar de weersvoorspellingen zegt men dat het vanaf middernacht langdurig zal gaan regenen. Na 176km zit weer een 24/7 supermarkt op de route (de laatste) en ik probeer die te bereiken voordat het begint te regenen. De route blijft op stukken vergelijkbaar met het voorgaande gedeelte, maar gelukkig valt het mee met de nattigheid. Ik bereik de supermarkt precies voordat het begint te regenen en nogmaals excuses voor de vreetpartij die de anderen deelnemers hier hebben moeten aanschouwen.
De nacht in de regen verloopt heel goed en ik ben uiterst scherp, maar het is wederom steenkoud. De wind over de open vlaktes en bergmeertjes doet mijn huid en lippen snel uitdrogen. Goede reminder om die te blijven verzorgen om ongemak te voorkomen.
Deze nacht is ‘langer donker’ dan voorgaande nacht toen het kraakhelder was. In deze tijd van het jaar heb je tussen ca. 0.30u en 3.30u bij helder weer iets van toegevoegde waarde van een hoofdlamp, maar het zou zelfs zonder kunnen. Deze nacht is zonder hoofdlamp geen optie en bovendien is het hartstikke mistig in de ochtend. Mijn regenkleding doet wat ik ervan verwacht en enkel mijn voeten zijn drijfnat als ik ’s ochtends na ca. 46 uur CP3 Vasstulan op 196km bereik.
Door de geringe grootte dat dit checkpoint heeft, is het druk in de hoofdruimte. Iedereen heeft zijn/haar natte kleding overal hangen en ik ervaar chaos. Bovendien ben ik bij arriveren gevraagd of ik mijn finishtas nog even wil voorzien van mijn startnummer. Dat geldt overigens voor iedereen, maar het irriteert mij dat deze tassen half in de regen liggen en bovendien liggen ze als een grote berg gestapeld. Ik zie het als een extra test of je nog in staat bent om na te denken.
Als binnen dan ook nog eens verschillende vrijwilligers gelijktijdig tegen me aan beginnen te praten word ik ronduit chagrijnig. Hoewel ik uit mijn bubbel getrokken word doet het me ergens toch goed, want dan weet ik tenminste dat ik nog scherp ben en me druk kan maken om onbelangrijke dingen.
Ik eet weer volop, plaats mijn horloge, telefoon, etc. aan de lader, spring onder de douche en verdwijn richting slaapruimte. Hier is ook een verwarming en zodoende krijg ik in no-time mijn materialen weer droog. Ik bestijg een enorm steile trap naar een vide waar de warmte van de verwarming neerdaalt. In combinatie met de kettingzaag van CP1 die ook hier aanwezig is, is dit geen goed recept voor een paar uur lekker slapen, maar toch lukt het ca. 1.5 uur weg te zijn.
Wederom terug in de hoofdruimte is het nog meer chaos. Ik maak een praatje met een onderzoeksteam welke verschillende lopers vooraf, tijdens en na afloop onderwerpen aan diverse tests en vraag of ze al een bepaalde trend in hun data zien. Als analytisch geschoold persoon blijft dit toch interessant. Ik gooi een paracetamol, maagzuurblokker, 2 zouttabletten en de vriesdroogmaaltijd naar binnen alvorens de weg te vervolgen.
Vanuit Vasstulan gaat de route verder richting Kreakkja (256km, geen dropbag) naar Vatnahalsen (315km, kleine dropbag). De kleine dropbag in Vatnahalsen is iets groter dan een dirtbag waar je je schoenen normaliter in vervoerd. Bij het inleveren keek de ontvanger me al gek aan alsof ze wilde zeggen: is dit alles? Achteraf begrijp ik die blik.
Ik vertrek gelijktijdig met Thomas en Gro, wissel een paar woorden, maar zit weer vrij snel in mijn eigen wereldje. De route bevat hier en daar nog altijd van die vervelende struiken, maar vooral de nattigheid begint verder toe te nemen. Ik moet hier misschien toch maar zeggen dat we over het algemeen echt fantastisch weer hebben gehad en ons naar zeggen van de kenners gelukkig hebben mogen prijzen. Echter, in dit deel is de sneeuw inmiddels allemaal weg en dit zorgt voor heel veel smeltwater. Ik maak een keer een grap tegen Thomas en Gro dat ik hun niet aan het stalken, maar dat het puur toeval is dat ik zoveel bij hun in de buurt loop. Wat me opvalt is dat ze regelmatig stoppen om even te zitten en eventueel de voeten te behandelen. Ik vertel ze dat ik respect heb voor hun routine en discipline en dat ik daar nog veel van kan leren. Dit stuk gaat overigens best oke en ook ik kijk af en toe naar de staat van mijn voeten. Voorlopig niks te zien, ook geen tekenen van trenchfeet of iets dergelijks. Toch is dit gedeelte echt ongelofelijk nat waarbij ik soms tot de knieën wegzak. Gaandeweg lijkt er toch een branderig gevoel in mijn voetzool te ontwikkelen.

Wanneer ik een hangbrug oversteek over een kolkende rivier volgt er een schuurtje. Ik ga hier even zitten, laat mijn voeten drogen en trek droge sokken aan. Ik hoop daarna mijn voeten even droog te houden. Dat lukt welgeteld 5 minuten. De vermoeidheid begint op te spelen en ik raak geïrriteerd van dit deel van de route. Hier en daar zijn nog planken op de route gelegd, maar wanneer ik daar op ga staan zak ik alsnog tot aan de enkels weg in het water. Ik heb hier en daar wat contact met familie en geliefden en ook zij merken mijn humeurige gemoedstoestand op.
Eenmaal het grootste deel moeras te hebben doorkruist kom ik bij de eerste echte trekkershut. Geen idee waarom, maar ik ga hier niet naar binnen en loop door. Misschien ook wel omdat ik hoop dat het pad nu beter wordt en ik rond middernacht bij het volgende checkpoint wil zijn. Het pad is inderdaad een tijdje beter, maar uiteindelijk leidt de route door een lange, waterafvoerende puingoot. Ik stap veelal van steen naar steen om mijn drijfnatte voeten ‘droog’ te houden. Mijn enkels en knieën krijgen het hier enorm te verduren. Bovendien zorgt dit voor nog meer druk op mijn voetzool. Eigenlijk best bijzonder om te denken dat op deze manier je drijfnatte voeten toch droog blijven. Mijn poten doen gewoon enorm pijn en ik heb inmiddels het gevoel dat ik Jezus ben en op water loop. Ik durf ook niet mijn schoenen uit te doen, het wordt er toch niet beter van.
Tergend langzaam bereik in aan het begin van de nacht checkpoint 4. Ik moet er hier toch aan geloven en trek mijn schoenen en sokken uit. Gek genoeg zien mijn voeten er best oké uit. Na 6 à 7 uur tegen mezelf gezegd te hebben dat ik dit helemaal niet meer leuk vind, dat het gewoon een klote route is en dat dit niks met trailrunning te maken heeft, geeft dit natuurlijk een enorme boost en kan ik ook niet de handdoek in de ring gooien. Sowieso mag dat nooit voordat je geslapen hebt. Om nog even in de klaagmodus te blijven moet gezegd worden dat dit wat betreft eten wel de minste CP. We krijgen hier welgeteld één vriesdroogmaaltijd. Verder geen snacks of iets dergelijks. Dat is wel even slikken na mentaal de ondergrens te hebben bereikt. Pluspunt is dat de vrijwilligers ook hier weer heel behulpzaam zijn en we hangen/leggen mijn spullen te drogen.
Gelukkig slaap ik hier wel voor het eerst fatsoenlijk, 3.5 uur zonder wakker te worden. Inmiddels weet ik ook dat veel deelnemers hun voeten behandelen met een soort waterafstotende crème. Ik vraag de medici of men deze crème heeft en merk direct een verlichtend gevoel geeft zodra ik het aanbreng.
Ik kom een soort van tot rust als ik dit in willekeurige volgorde naar binnen werk.
Na wat navraag over het aankomende stuk (en welke dag het eigenlijk is) weet ik dat er nog een heel stuk puingoot voor me ligt. Echter, het is wel al echt te zien dat het landschap aan het veranderen is. Er zijn nog veel plukken sneeuw te zien op de bergen en ook de vegetatie is weer aan het veranderen. Mijn gemoed is 180 graden gedraaid en ik vervolg mijn weg vroeg in de ochtend. Nogmaals, slaap is zo ontzettend belangrijk!
Halverwege dit gedeelte ligt een klein dorpje met een grote trekkershut en vanaf daar loopt een relatief breed gravelpad voornamelijk downhill naar CP5. Ik loop weer met de ‘zoveel mogelijk genieten’-gedachte. De eerste sneeuwpassages volgen en ik heb echt een ‘hè hè, eindelijk’ gevoel.
Onderweg heb ik nog een telefoongesprek en zeg hierbij dat ik enorm veel trek in pizza heb. Ik voel me dan ook als een kind in een snoepwinkel als ik de trekkershut bereik en pizza op het menu zie staan. Hier tref ik ook weer de Bulgaar Vasil. Hij pendelt om de 3 weken tussen Bulgarije en Noorwegen voor werk. Helaas is dit punt voor hem het eindstation. Hij is een dag eerder gevallen en heeft zijn hand/pols enorm pijn gedaan. De zwelling onder zijn drukverband is zelfs voor mij al pijnlijk om te zien. Wel weet hij te vertellen dat de soep hier heel lekker is (ook iets wat ik gemist had) en naast de pizza en soep zie ik ook nog ijs in mijn ooghoek. Ik kom een soort van tot rust als ik dit in willekeurige volgorde naar binnen werk. Vasil stapt op de trein welke dichtbij stopt (op verzoek van de organisatie haha) en ik vervolg mijn weg. Maar niet voordat ik hier zelf een voetencreme aanschaf. Vanaf dit moment implementeer ik zelf een routinematige voetverzorging. Het brede gravelpad voert door een prachtige vallei waar het smeltwater werkelijk aan alle kanten naar beneden komt en er vele kolkende watervallen te zien zijn. Op het gravelpad liggen nog tientallen sneeuwpassages welke gelukkig prima te overbruggen zijn. In dit stuk zit het er zelfs in om regelmatig wat te dribbelen waardoor CP5 snel dichterbij komt. In Vatnahalsen staat er wederom pizza op het menu die ik tijdens een kort gesprek met Kevin naar binnen schuif. Ik ga hier met een pijnlijk volle buik 3 uur slapen.
Eind 2019 ben ik begonnen met constructief en routinematig hardlopen. Destijds met de gedachte dat ik graag eens een marathon wilde lopen en dit ‘verstandig’ aan wilde pakken. Ik kwam per toeval terecht bij het Start2Ultra programma van Trailrunning Europe en maakte van de marathonambitie een ultra-ambitie. Ik liep de Sint Anthonis trail als kennismaking en ben daarna het programma ingerold. Als vervolg op dit avontuur ging ik vol overgave mee in het mountain ready programma. De Covid-periode gooide echter roet in het eten en er bleef enkel een reis over richting Chapel de Abondance bij Hotel Esprit Montagne waar we met een groep gelijkgestemden een week verbleven in de Franse Alpen. Ik weet nog goed dat ik teleurgesteld was dat ik daar ‘zo weinig kon rennen’, maar was voorgoed verkocht aan de bergen. Daarna ging het vrij snel: In oktober 2021 liep ik de originele UHUT100 (of 110) en 2 maanden later self-supported vanuit huis het Petranpad 130km. Toen daar in februari 2022 de Duinhopper achteraan kwam werd ik kort voor de finish geprikkeld met de vraag of ik me ging inschrijven voor Tor des Geants. Ik zat op dat moment helemaal stuk, maar ‘pijn is voor even en herinneringen voor het leven’. Ik schreef me in voor Tor des Geants, liep tussendoor nog de UTVV 100 mijl, en via een omweg stond ik in september aan de start. Die strijd moest ik helaas staken na ca. 270km, maar een jaar later bereikte ik wel de finish. Als ik nu aan trailen in de bergen denk, dan denk ik vooral aan de fysiek veeleisende, goed gemarkeerde, veelal goedbegaanbare en vooral droge paden.
Terug naar Noorwegen. Bovenstaande laat wellicht lijken dat ik het eerste deel van de route afschuwelijk vond, zeker met de Alpengedachte in het hoofd. Echter, met wisselende gemoedstoestanden (lees: fysiek afzien) is het altijd lastig om een heldere blik te houden. Dat weerhoudt me er niet van om te zeggen dat voor mij het 2e gedeelte wel echt hetgeen was waar ik naar uitkeek. Bizar om te zeggen, maar dat begint dus pas na zo’n 260km in de benen te hebben.
Vanaf CP5 Vatnahalsen zet ik koers richting CP6 Voss op 380km. Hier is de grote dropbag weer beschikbaar. Waar de vorige sectie al een stuk meer technisch terrein bevatte, wordt dat hier verder opgeschroefd. Eerst een aantal stukken op de bergkam met dichte begroeiing en wat gebruik van touwen en kettingen, daarna een zeer steile klim over veelal besneeuwd terrein. Er zit zelfs een passage over een ‘col’ in dit stuk. Hoewel er al bij meerdere stukken geen markeringen te zien waren, is dat hier zeker het geval. De steenmannetjes en enkele voetstappen in de sneeuw verraden regelmatig de meest geschikte route en bovendien is de route op de horloge nog altijd heilig voor mij. De opkomende zon komt net boven de berg uit en ik merk dat ik me echt gelukkig voel.
Op een gegeven moment kom ik op een stuk sneeuw uit wat tussen twee rotswanden ligt. De sneeuw tegen de rotswanden is grotendeels weggesmolten en ik hoor smeltwater onder me stromen. Het sneeuwpaadje wat nog over is, is hoogstens 40cm breed en aan beide kanten kan ik makkelijk meerdere meters naar beneden vallen. Het gebeurd niet vaak, maar hier sta ik toch echt met knikkende knieën. Vallen betekent serieuze problemen. Het is hoogstens 2 meter ver en ik probeer de eerste stap goed te plaatsen. De volgende passen gaan razendsnel en als ik weer voldoende sneeuw om me heen heen heb kijk ik toch nog even achterom wat voor waanzin dit was. In Voss hoor ik overigens van de organisatie dat de enkele lopers voor mij dit ook wel riskant vonden en hierop is een backup route geactiveerd, veelal over asfalt. Na mij is er nog één loper overheen gekomen en ook daar is niets gebeurd.

Eenmaal op de col staat de zon heerlijk in mijn rug en hangen er een paar kleine regenwolken voor me. Dat betekent maar één ding: een prachtige regenboog vult de vallei voor me. In navolging van de klim is ook de afdaling enorm technisch, deels over gladde rotspartijen, en het is soms goed zoeken waar ik het beste kan afdalen.
Na afloop van het event ben ik gewezen op de term ‘Einarsti’. Eerst dacht ik: gezondheid. Maar het blijkt de benaming te zijn voor de paden van de route die geen paden zijn. Het brein achter de route is namelijk de man genaamd Einar en ‘sti’ is Noors voor pad. Einarsti dus. In de afdaling vanuit de col maak ik hier voor het eerst serieus kennis mee. Het is letterlijk met de gedachte: je moet van A naar B dus vanaf dit punt proberen we daar in zo min mogelijk meters te geraken.
Wanneer Voss dichterbij komt breekt de zon door en zorgt de warmte er mede voor dat ik in mijn inmiddels bekende dip geraak. Het lijkt vandaag ook wel alsof mijn positionering op de horloge langzamer wordt bijgewerkt. Omdat hier wel paden aanwezig zijn loop ik soms een verkeerd pad in. Het zorgt voor wat frustratie en ondanks dat het niets zal helpen vloek ik een aantal keer richting mijn horloge. De zon maakt plaats voor een stevige regenbui welke verfrissend werkt en het laatste stuk gaat in een sukkeldrafje richting CP6 Voss.
Deze CP is op de boerderij van een oud-deelnemer. Het ziet er heel erg gaaf uit met uitzicht op de vallei. Ik krijg mijn dropbag aangereikt en start direct met het klaar leggen van spullen voor het vervolg en om te gaan douchen. Ook vind ik hier mijn tandenborstel weer terug welke ik per ongeluk in mijn dropbag in plaats van racevest had gestopt. Het zorgt ervoor dat ik voor het eerst sinds CP3, en dus na bijna 55 uur, mijn tanden kan poetsen. Wat een genot! Soms kunnen kleine dingen je echt heel gelukkig maken.
Het slapen gaat hier minder makkelijk. Er staan veldbedden opgesteld in de schuur en er is best wat omgevingsgeluid (muziek, pratende vrijwilligers, etc.). Na ca. 2 uur slaap en wat gedraai vanwege de hardheid van het bed besluit ik met de gedachte dat dit me weleens kan gaan opbreken in het volgende stuk om er toch uit te gaan.
Omdat Voss goed bereikbaar is, zijn er ook wat deelnemers te vinden welke eerder de strijd hebben gestaakt. Een Amerikaan heeft zijn inventaris aan eten achter gelaten op tafel en mijn oog valt op een aantal stroopwafels welke in mijn racevest belanden. Niets aan eten is nog veilig voor me.
De avond is gevallen en ik vertrek weer uit Voss. Er wordt benadrukt dat er bij CP7 Kvitingen op 437km geen dropbag is en dat ik moet zorgen dat mijn spullen op orde zijn. Dat wordt aangevuld met dat de ervaring heeft geleerd dat men tot aan CP8 op 463km normaliter veel tijd nodig heeft om er te geraken, zo’n 25 tot 30 uur beweegtijd. Vooral het stuk tussen CP7 en CP8 is inmiddels al vaak de revue gepasseerd op de checkpoints. Grotendeels geen pad, lastig navigeren, startend met een bijzonder steile klim etc. etc. Ik heb het aangehoord met de gedachte: ik ga het vanzelf zien.
Vanaf CP6 heb ik even niet meer scherp wat het volgende gedeelte brengt aan hoogteverschillen. Na nog iets dalen richting het dorp controleer ik even later op mijn horloge waar ik aan toe ben en krijg een grijns van oor tot oor: vanaf zeeniveau tot 1300 meter klimmen in de aankomende ca. 8 km. Het is een heerlijke heldere avond en nacht en de eerste 30km van dit stuk op veelal rotsen en sneeuw gaan dan ook heel erg fijn. Onderweg in de klim kom ik nog een andere deelnemer tegen en maak kort een praatje. Hij vertelt dat hij al bijna 3 dagen nauwelijks iets binnen kan houden en ik complimenteer hem dat het bijzonder knap is dat hij dan al zover is. Hij antwoord dat hij zich momenteel met ca. 1 kilometer per uur omhoog werkt en dat hem de moed in de schoenen is gezakt. Hij vraagt of ik wellicht iets bij me heb wat kan helpen om zijn maag tot rust te krijgen. Helaas heb ik geen ORS, dus meer dan paracetamol en maagzuurremmers kan ik niet bieden. Bij de vraag of hij niet gedehydrateerd is en of hij echt in moeilijkheden zit antwoord hij vraag-ontwijkend. Ik bied aan om bij hem te blijven, maar dat hoeft voor hem niet. Ik dring nogmaals aan dat hij met het stuk voor hem in gedachten verstandig moet zijn, maar dat ik hem niet ga dwingen om bepaalde beslissingen te nemen. Ik voel mezelf op dat moment heel goed, dus wanneer ik weer aanzet om verder te gaan ben ik hem binnen de kortste keren uit het oog verloren.
Bij de eerste geschikte rots ga ik liggen, zet een wekker op de telefoon na 20 minuten en ben direct vertrokken.
Als de ochtend aanbreekt begin ik vrij snel te merken waar ik bang voor was: tekort aan slaap. Ik begin meer en meer te zwalken en mijn ogen vallen al lopende regelmatig dicht. Ik passeer twee keer een trekkershut, maar ga niet naar binnen. Als ik mijn schoenen en sokken weer eens uit doe en even gaat zitten kan ik mijn ogen nauwelijks open houden. Ik word terwijl ik zit voorbij gelopen door een deelnemer welke net 3.5 uur in de eerder genoemde trekkershut heeft geslapen, omdat hij aan het slaapwandelen was. Hij is nu in no-time uit het oog verdwenen. Ik krijg in dit gedeelte ook wat berichten dat mijn positie aan het veld aan het veranderen is, in ‘positieve zin’ weliswaar. Zoals eerder gezegd had ik absoluut geen klassementsambities en was dit een avontuur welke ik graag wilde aangaan om op zoek te gaan naar mijn eigen limieten en hoe ik hiermee om zou gaan. Echter, iedereen die mij een beetje kent weet dat het in mijn karakter zit ingebakken en ik heel gevoelig ben voor bijvoorbeeld klasseringen. Deze berichten maken me, in combinatie met het slaapgebrek, enorm onrustig. Ik kijk op de live tracking hier voor het eerst echt naar posities van anderen in het veld en probeer ook harder te gaan lopen. Het duurt even voordat ik tegen mezelf zeg: wat ben je nou aan het doen?! Exact waar je niet voor gekomen bent en bovendien is de finish ver weg.
Ik wil heel graag met daglicht finishen!
Als ik een tijdje later door wederom een andere deelnemer gepasseerd word welke ook zo’n 3 uur geslapen heeft besluit ik dat ik echt moet gaan liggen. Niet alleen om het slaapwandelen tegen te gaan, maar ook om mijn hoofd weer rustig te krijgen. Helaas heeft het hiervoor net een beetje geregend en ik wil eigenlijk niet op het gras gaan liggen. Bij de eerste geschikte rots ga ik liggen, zet een wekker op de telefoon na 20 minuten en ben direct vertrokken. Ik schrik weer wakker en heb het idee dat er een halve dag voorbij is gegaan. Ik grijp naar mijn telefoon en de wekker was inderdaad al afgegaan. Helaas vergeten dat ik mijn telefoon op stil had staan en er zijn geen 20 maar zowaar 35 minuten voorbij gegaan. Wat een feest! Ik beweeg me hierna sneller voort, maar het houdt zeker nog niet over. Het is ook echt een lastig stuk en ik slaak een kreet van verlichting als ik op het laatste stukje tot aan CP7 terechtkom: Een breed gravelpad, gevolgd door een stukje asfalt. De zon is doorgebroken en brandt flink op de huid. Ik heb me niet meer ingesmeerd en op dit moment ontbreekt vooral de discipline om dit alsnog te doen. De pet meedraaiend met de zon en met de mouwen van de longsleeve basislaag omlaag heb ik het stiekem enorm warm als ik arriveer bij het checkpoint. Nu dit punt is bereikt betrap ik mezelf voor het eerst dat ik ga denken dat ik weleens de finish zou kunnen bereiken.

Ik beland na wederom veel eten en drinken in een bedje van 190cm, exact mijn eigen lengte. Schijnbaar deert het me niet, want ik slaap hier bijna de maximale 4 uur die is toegestaan. Als ik me klaarmaak voor het ‘gevreesde stuk’ van CP7 tot CP8 komt de deelnemer binnen welke zoveel maagklachten had. Hij vertelt dat het wat beter gaat en krijgt wat licht voedsel aangeboden. Terwijl ik lag te slapen heeft het overigens fors geregend. Ik word dan ook nog gewaarschuwd dat het mogelijk erg nat en glad zal zijn, zeker in de enorme klim welke direct in het begin zit.
Ik ben erg gemotiveerd om in ieder geval de klim nog in daglicht te voltooien. Navigatie technisch is het inderdaad bijzonder lastig. Soms zie ik wat platgetrapt gras en probeer dat te volgen. Het zorgt in het begin dat ik hier en daar me best makkelijk voortbeweeg. Als dit hulpmiddel gaandeweg niet meer beschikbaar is keer ik weer terug naar het proberen strak te volgen van het lijntje op de horloge. Dit betekent veelal 10m lopen, kijken, 10m lopen, kijken. Oftewel, het schiet voor geen meter op. Ik verander dan uiteindelijk ook de aanpak door een vast punt in de verte te kiezen en daar zo recht mogelijk op af te lopen. Soms maak ik hierdoor wat teveel meters ten opzichte van de route, soms ook wat minder. Wat interessanter is, is dat ik met deze aanpak soms ook wel echt recht omhoog ga tegen een helling. Niet per se snel, maar ik merk wel dat het rustiger is dan voortdurend op mijn horloge te kijken.
Ik doorkruis weer meerdere moerassen waarbij ik soms blij ben dat ik maar tot de enkels in water en modder wegzak. Het scheelt ook heel veel dit gewoon geaccepteerd te hebben in plaats van te proberen de voeten zo droog mogelijk te houden.
De nacht is wederom prachtig en de volle maan laat zich zelfs heel even zien in de verte. Ik zit nu echt midden in de fjorden en hoog vanaf de berg is het dan ook prachtig om een aantal verlichte dorpjes te zien liggen aan het water.
Het kost me uiteindelijk ca. 9.5 uur om CP8 te bereiken, waar ik had gerekend op 12 tot 15 uur. De heren welke al geruime tijd de posities voor me bekleden hebben hun rust al gehad en zijn zich aan het klaarmaken voor vertrek. We hebben het even over het afgelopen stuk en ze vertellen dat ze het navigeren echt heel lastig vonden, maar dat ze enkel de laatste 5km in het donker hebben afgelegd. Bovendien valt het ze op dat ik veel eerder op dit checkpoint ben dan gedacht. Uiteindelijk kan ik vertellen dat ik me de laatste 24 uur echt het best heb gevoeld. Waarschijnlijk door de naderende finish, maar ook door de prima slaap op de CP’s.
Er wordt aan me gevraagd of ik iets wil en ik antwoord direct in het Engels dat ik wel thee lust. Terwijl ik antwoord geef besef ik me pas dat de vraag in het Vlaams gesteld werd. We kunnen er allemaal wel om lachen en na een stevig ontbijt verdwijn ik richting douche en bed. Dat doe ik overigens pas na de vraag hoelang men denkt over het laatste stuk te doen. De schatting is 12 tot 14 uur. Daarop besluit ik maximaal 3 uur te slapen om tussen 22.00u en 0.00u te finishen. Ik wil heel graag met daglicht finishen!
Van CP8 Gullbotn op 463km tot aan de finish is het nog één kleine marathon. Ik word een drukke weg over geleid door een vrijwilliger en hij lacht wanneer hij zegt: Succes, vanaf hier begint weer een stevige klim. Daar was niks aan gelogen, maar misschien doet dit gedeelte me het meeste aan de Alpen denken. Het uitzicht op de top is fantastisch, rondom overal fjorden en in de verte de Noordzee (tenminste, volgens mij behoort het nog steeds tot de Noordzee).
Toch zitten er in die laatste kilometers nog een aantal drijfnatte grasafdalingen. Omdat ik toch redelijk stevig de pas erin houd glij ik meermaals met één voet flink weg en vang me meestal op met óf een hand óf met de poles. Dat die niet zijn gebroken (de poles) is een eervolle vermelding waard. Maar na zo’n 475 kilometer is het toch echt een keer raak: ik glij weg en in het corrigeren schiet ook mijn andere voet weg. Daar lig ik dan, op mijn rug in de zooi. Het zal de laatste keer onderweg zijn dat er wat gevloekt wordt.
Omdat ik regelmatig blijf glijden check ik uiteindelijk toch maar eens mijn profiel onder de schoenen. Daar is niet meer zoveel van over. Ik heb overigens de hele route op 3 paar HOKA schoenen gelopen, allemaal met carbon erin. Totaal onnodig, maar ze zitten gewoon zo ontzettend fijn. De meeste kilometers heb ik gemaakt op de Tecton X3, met een geïntegreerde sok. Dat heeft zo ontzettend veel rommel uit mijn schoenen gehouden dat ik er van overtuigd ben dat dit significant heeft bijgedragen aan het heel blijven van mijn voeten. Ik eindig het avontuur namelijk met twee kleine blaartjes op de rechterhak.

Zover is het echter nog niet, nog een aantal kilometers te gaan. Zodra ik de top van de een-na-laatste berg bereik kan ik Bergen zien liggen. Waar ik voorafgaand zo opzag tegen het onder controle houden van emoties en me dit tot nu toe heel goed gelukt was, is dit hier direct over. Al dalende wordt het zicht me grotendeels ontnomen door de tranen die over de wangen rollen. Ik weet het zeker, ik ga hier de finish bereiken.
Het voorlaatste dorpje voelt als terugkeren in de beschaving, ook al was Voss ook al bewoond gebied. Ik moet hier opletten op voorbij razend verkeer en ook weer even rekening houden met waar ik het beste kan oversteken.
Nog één laatste berg en dan is het over een breed pad afdalen richting Bergen. Met een heerlijk dribbeltje, sprintje op het eind en afsluitende oerkreet bereik ik kort na 20.11u na 156 uur 10 minuten en 59 seconden als zevende de finishlijn!
De organisatie vraagt me om te gaan zitten. Gek genoeg heb ik daar eigenlijk helemaal geen zin, maar ik doe toch wat men vraagt. Op de vraag: lust je wat te eten antwoord ik dat ik alles zal opeten wat ze kwijt willen en me voorschotelen.
De opvolgende dagen zullen op de diverse afstanden nog vele finishers volgen. De een ziet er frisser uit dan de ander en ik prijs me gelukkig met het beperkte zichtbare fysieke ongemak dat ikzelf heb ervaren. Talloze blaren, schuurplekken, drukverbanden tot zelfs een been in het gips en hoofd in verband zie ik rondom de finishlocatie. Ik beleef het zelf op een roze wolk: wat ben ik trots dat ik dit zelfstandig ben aangegaan en dit op deze manier heb mogen doorstaan.
Hier en daar krijg ik de vraag wat nou zwaarder was: Tor des Geants of dit event. Ikzelf vind ze niet te vergelijken, maar durf wel te zeggen dat Tor des Geants op basis van lange beklimmingen en dito afdalingen in hooggebergte fysiek een zwaardere belasting op het lichaam is. Dat wil niet zeggen dat Oslo-Bergen makkelijker is. Ik zou iedereen aanraden dit avontuur aan te gaan.
Ook volgt al snel de vraag wat het volgende doel is. Ik heb me voorgenomen om zolang mogelijk proberen te genieten van dit avontuur, maar eerlijk is eerlijk: ca. één week later voelt het bijna als een Sunday long run welke afgevinkt is. Het zet te denken over hoe ik zoiets benader en verwerk.
Ik hoop dat ik in de toekomst nog veel vaker op avontuur mag gaan. Wellicht een nieuwe poging Tor des Glaciers, maar ik hoorde bij de finish in Bergen ook over de TransPyreneA T900. Echter, vooral een teamrace (bijvoorbeeld PTL) staat hoog op mijn wensenlijst! #durftevragen
Voor diegene die het gered hebben om bovenstaande te blijven lezen heb ik nog een korte toevoeging: Durf groots te dromen, dan beleef je de mooiste dingen!
Heeft het verhaal van Rick over de Oslo Bergen Trail jou geïnspireerd om groot te dromen en ben jij op zoek naar een mooi doel om naartoe te werken? Wij organiseren elk jaar meer dan 46 events van 5km tot 109km. We hebben dus voor iedereen een uitdaging. Elk laatste weekend van de maand organiseren wij een ultra van 50 kilometer of meer.
Begin jouw avontuur op de mooiste trails van Nederland. Wie weet sta jij in 2025 of 2026 aan de start van je allereerste trail of ultra!
Neem een kijkje op onze Trail Events kalender om te zien welke trail binnen jouw planning past.
Met behulp van cookies kunnen we analyses maken en jouw ervaring op onze website verbeteren, lees meer. Ik snap het