De lat veel te hoog leggen om vervolgens te falen, maar wel hoger te springen dan ik zelf voor mogelijk hield
Duizend kilometer in een maand hardlopen, dat klinkt als meer dan goed voor je is. Toch is dat waar ik me dit jaar voor heb ingeschreven. Waarom vraag je je af? Ja, daar heb ik ook eigenlijk niet echt een goed antwoord op. Zelf denk ik dat het er uiteindelijk op neer komt dat wij ultralopers niet helemaal goed snik zijn, maar ik zal proberen mijn gedachtekronkels voor de challenge uit te leggen.
Vorig jaar in augustus had ik ter voorbereiding van de Ultra Trail du Mont Blanc (UTMB) bij elkaar 400km gelopen in de bergen rond Chamonix. Dat betekende heel erg veel hoogtemeters. Dus dan is 500km zonder hoogtemeters eigenlijk geen uitdaging dacht ik zo bij de inschrijving. Waarom dan niet inschrijven voor de 750km in plaats van de 1000km? Ik hou wel van mooie ronde getallen, en uitdagingen die misschien niet helemaal realistisch zijn voor iemand die vrij sporadisch loopt.
De lat veel te hoog leggen om vervolgens te falen, maar wel hoger te springen dan ik zelf voor mogelijk hield. Dat van veel van mijn leven wel goed samen. Zo begon het inschrijven voor de UTMB als een grap tussen een van mijn beste vrienden en mij ergens in 2022. Ik liep toen gemiddeld nog geen 40km in de week. Maar twee jaar later stonden we dan toch echt aan de start van deze ultramarathon. Vaak wordt de UTMB beschreven als een van de zwaarste 100 mijls races ter wereld en soms ook wordt gezien als het officieuze WK ultrarunning. We wisten allebei niet zeker of we de race fysiek en mentaal wel aankonden, maar een ruime 40 uur later kwam ik dan toch over de finishlijn in Chamonix.
Voor deze 1000km nature challenge heb ik een flink voordeel ten opzichte van anderen, want ik heb per 1 mei mijn baan bij mijn werkgever opgezegd. Het was tijd voor wat nieuws, en zo heb ik ook mooi de tijd om al die kilometers af te leggen, ook als er iets misgaat. Het plan voor deze maand was het aangrijpen van een paar lange trails om daar telkens een nieuwe fastest known time (FKT) neer te zetten. Zo kon ik tevens ruimte inbouwen voor als er iets mis gaat, wat ongetwijfeld gaat gebeuren, maar ook te voorkomen dat ik elke dag tussen de 30 en 35 kilometer moet hardlopen. Consistentie is iets wat mij namelijk niet echt ligt. Dan gaat het toch te veel als werk voelen.
Dus het plan? Op 1 mei meteen beginnen met het zetten van de eerste unsupported FKT op de Malerweg bij Dresden in de buurt, Oost-Duitsland. Een prachtige trail met een lengte van 116 kilometer. Vervolgens een goede week uitrusten en dan self-supporting de 360 kilometer lange Bohusleden in Zweden te lopen. Met later in de maand nog het Brabants Vennenpad voor 260 kilometer en misschien nog het rondje Markermeer en/of het Hanzenstedenpad.
Al maak ik me wel een beetje zorgen over hoe traag ik nu al loop
Het is ’s ochtends al warm in het Duitse dorpje Pirna. Even twijfel ik om een dag later te beginnen, maar een kleine blik op buienradar laat al zien dat het een dag later nog warmer gaat worden. Dan loop ik toch liever met 25 graden op 1 mei dan een dag verliezen en lopen met 28 graden. Gelukkig heb ik ruim voldoende zoutpillen meegenomen om al het zweet weer aan te vullen tijdens het lopen.
Na de eerste 5 kilometer richting de start van de wandelroute te hebben gelopen aan de overkant van de rivier, voel ik al dat het een zware dag gaat worden. Zodra ik in de open zon loop is het erg warm, gelukkig loopt het grootste deel van de route door het bos. Even rekken bij de bankjes van de bushalte en dan ga ik van start.
Zoals altijd gaan de eerste 30 kilometer vrij soepel. Om niet meteen aan het begin van de maand al te diep te gaan probeer ik deze route rustiger te lopen dan ik normaal zou doen en te focussen op voldoende eten. Zo begin ik al met de hellingen te powerhiken in plaatst van hard te lopen zoals ik normaal zou doen aan het begin van dit soort afstanden.
Dat blijkt goed te werken, het eten gaat veel soepeler naar binnen dan normaal, en de man met de hamer der misselijkheid die ik normaal tussen de 30 en 35 kilometer tegenkom blijft weg. Al maak ik me wel een beetje zorgen over hoe traag ik nu al loop. Later op de route wordt ik ook nog opgehouden door een enorm aantal dagjes toeristen bij een van de bekendste uitzichtpunten van de route, omhoog is het niet zo’n probleem, maar op de weg naar beneden zal dit toch al snel een kwartier tot een half uur hebben gekost.
Uiteindelijk wordt het weer licht en kom ik na ruim 21 uur lopen rond 7 uur s ochtends weer aan bij het eindpunt in Pirna

Na ongeveer 9 uur lopen en al vele zandsteen uitzichtpunten en crevassen door gelopen te hebben kom ik aan in schmilka aan de elbe. Hier moet ik de knoop doorhakken: ga ik voor de extra 20 kilometer langs de rivier naar de brug bij Bad Schandau en de unsupported fastest known time, of geef ik deze op en neem ik de veerpont van de originele route en probeer ik binnen 5 uur de laaste 40 kilometer eruit te gooien voor een nieuwe snelste self-supported tijd?
Hoewel het zwaarste deel met de meeste hoogtemeters al achter de rug is lijkt me dit onhaalbaar snel voor mij. Dus ik kies voor de extra 20 kilometer langs de elbe om als eerste een unsupported snelste tijd neer te zetten. Gelukkig zijn deze 20 extra kilometers bijna zo plat als een pannenkoek en kan ik eindelijk weer tempo maken.
Eenmaal bij het station aan de andere kant van de veerpont aangekomen is het al donker en voel ik dat het beste al lang en breed uit de benen is gelopen. De laatste 40 kilometers gaan zwaar worden. De rest van de nacht loop ik in een soort waas door, regelmatig wandelend, maar ook nog veel stukken joggend om mezelf warm te houden. Uiteindelijk wordt het weer licht en kom ik na ruim 21 uur lopen rond 7 uur s ochtends weer aan bij het eindpunt in pirna. Hier duik ik snel onder de douche en daarna meteen mijn bed in, de route duurde veel langer en viel me zwaarder dan ik had verwacht.
Rond een uur of 2 ’s middags word ik wakker met tot mijn verbazing benen en voeten die best oké aanvoelen voor wat ik ze heb aan gedaan. Het rustigere tempo en het vele eten tijdens de Malerweg lijkt zijn werk goed gedaan te hebben. Na nog een douche en de middag al snackend naar een serie op mijn laptop te hebben gestaard besluit ik wat te gaan eten bij een restaurant in het dorpje.
En dan gaat het ’s nachts helemaal mis, vanaf een uur of tien voel ik me misselijk en weet ik eigenlijk meteen dat het avondeten niet goed is gevallen. Ik twijfel of het niet beter is om mezelf te forceren alles er weer uit te gooien boven de wc, maar ben bang voor wat dit voor mijn herstel betekent. Een paar uur later beslist mijn lichaam voor me en volgt er een gebroken nacht met hier en daar een half uurtje slaap, maar vooral heel veel toiletbezoeken.
De volgende ochtend kalmeert de boel eindelijk en zit ik gebroken in de trein naar huis. Gelukkig had ik deze maand gepland de 1000 kilometer over een paar grote trails te lopen in plaats van elke dag te lopen, dat geeft me de tijd om een week te focussen op herstel voor de trip naar zweden.
Het is inmiddels 12 mei en na een week niet al te veel te hebben uitgevoerd voel ik me een soort van klaar voor de 360 kilometer lange Bohusleden. Al ben ik ook 3 kilo afgevallen sinds 1 mei, dus er is geen enkele reserve meer aan mijn lichaam om uit te putten als het eten niet naar binnen wil.
De eerste dag van de route staat er 107 kilometer met ruim 2000 hoogtemeters op de planning, die ik hoop binnen 14 à 15 uur af te leggen. Maar helaas het valt tegen, alle kracht is uit het lichaam verdwenen en uiteindelijk kom ik na 17 uur 29 aan bij de windshelter waar ik ga overnachten, gelukkig ging het eten wel goed naar binnen.
Na een nacht te rusten voelt het lichaam op dinsdag 13 mei moe maar heel. Met weer 100 kilometer op de planning zal het een zware dag worden, maar het zwaarste deel van de route zit er al op. Helaas gaat het eten net als wel vaker niet goed naar binnen, en begint mijn heup door een oude blessure al snel weer vast te zitten. Binnen 30 kilometer weet ik het al, ik kan een streep door de route zetten en daarmee waarschijnlijk ook de challenge. Na ongeveer 7 uur lopen en iets meer dan 40 kilometer kom ik bij het treinstation aan om de trein naar Göteborg te nemen.
Ten eerste vind ik de Nature Challenge vooral leuk als uitdaging zelf, met als extra stok achter de deur dat de andere deelnemers meekijken. Op de Challenge Hound app is het bijvoorbeeld heel leuk om te zien waar andere mensen in hun challenge zitten. Zo loop ik dan misschien wel ver achter in mijn 1000km challenge, maar heb ik wel veruit de meeste hoogtemeters gelopen van iedereen.
De groepsapp is tijdens de challenge, maar vooral ook daarna heel waardevol. Er werd in de groep van vorig jaar veel informatie uitgewisseld over de nodige gear, maar ook tips en tricks voor de langere ultra’s in de bergen en de diverse leuke races die iedereen door het jaar heen loopt.
Na de twee grote tegenslagen van de eerste 2 weken gaan de komende weken nog heel zwaar worden om aan de 1000km te komen. In twee weken tijd zou ik dan nog 700km moeten lopen en dat lijkt me eigenlijk niet haalbaar, maar ik ga toch een poging doen. Op 20 mei staat een rondje Texel op de planning, 22 mei het rondje Markermeer, 25 mei het Brabants Vennenpad, en dan 28 mei nog het Hanzestedenpad. Als het lichaam dat dan volhoudt moet ik in de laatste 3 dagen nog 130 kilometer, iets meer dan een marathon per dag, zwaar maar dat is haalbaar.
Ben jij geïnspireerd door het verhaal van Robert en de mooie beelden? Wij organiseren meer dan 46 trails per jaar, met afstanden van 6 tot 109km!
Begin jouw avontuur als trailrunner op de mooiste paden van Nederland! Neem een kijkje op onze Trail Events kalender om te zien welke trail binnen jouw planning past.
Zien we jou binnenkort?
Met behulp van cookies kunnen we analyses maken en jouw ervaring op onze website verbeteren, lees meer. Ik snap het